‘Een beetje’ oorlog voeren?

Kremlin-woordvoerder Dmitry Peskov zei vorige week: ‘Het oorlogspotentieel van Rusland is zo groot, dat op dit moment maar een klein gedeelte betrokken is bij een speciale militaire operatie.’ Lawrence Freedman, emeritus prof oorlogskunde aan King’s College, schrijft: ‘Dat is misschien bedoeld om NAVO schrik aan te jagen maar de oplettende luisteraar in Rusland zal dit soort geruststelling hoogst verontrustend vinden. Waarom zou het leger maar een klein deel van zijn potentie gebruiken als de oorlog zo snel mogelijk afgerond moet zijn? Waar wachten ze dan op? Waarom gebruiken we oude tanks en oude soldaten?

‘Beweren dat de Russische oorlogsmachine nog maar nauwelijks op gang is gekomen moet ook nieuws zijn voor de Russische generaals, die al een derde van hun vechtcapaciteit verloren zijn. Ze hadden meer dan twee maanden nodig om de laatste paar procent van Luhansk te bezetten, terwijl de helft van Donetsk nog veroverd moet worden om de minimale doelen van Poetin te realiseren.’

Freedman zegt dat de oorlog best lang kan duren, maar hij is er niet zo zeker van. De legerleiding zal zich zorgen maken, om drie redenen:

  1. tekort aan manschappen. Algehele mobilisatie is niet op het menu, en op dit moment worden oudgedienden en jochies uit arme gezinnen verleid met hoge gages.
  2. tekort aan materiaal. Onderdelen om materieel te repareren zijn schaars. Oude wapens uit de mottenballen gehaald.
  3. Oekraïne heeft nu lange-afstandsraketten. Die gebruiken ze niet om het front aan te vallen, maar de aanvoerlijnen van de Russen. Die zijn notoir langzaam.

Zo lang dit voortduurt, zegt Freedman, wordt de legertop gestaag ondermijnd. Hoe meer het vertrouwen afbrokkelt, hoe zwakker de positie van het leger in de Russische samenleving. Dat is waar Oekraïne op moet aansturen.

Voor wie ook graag wat slecht nieuws bij zijn goede nieuws leest: volgens de FT zijn de Westerse arsenalen in snel tempo aan het leegraken en is het niet eenvoudig om bij te vullen.

Gezichtsverlies?

Stop met het gepraat over een compromis waarbij Poetin concessies verkrijgt om ‘zijn gezicht te redden,’ zegt Lawrence Freedman, emeritus prof aan King’s College in Londen. ‘Als Poetin al beseft dat hij iets moet terugnemen van zijn maximalistische eisen, dan is daar weinig van te merken. Hij vraagt helemaal niets om zijn gezicht te redden. Zijn probleem is dat hij een substantiële winst moet laten zien maar daar is op dit moment weinig kans op, niet met oorlogsdaden en ook niet met diplomatie. Wat hij ook verkrijgt middels onderhandelingen, dat zal triviaal zijn vergeleken met zijn openingsbod. Zelfs een propagandamachine van het Russische kaliber zal het moeilijk hebben om vage beloftes over toekomstige veiligheid, bescherming van Russisch-sprekenden, of – hooguit – de erkenning van de status quo van de Krim, als een grote overwinning te presenteren. Vooral als alle kosten eenmaal zijn opgeteld. Als ‘gezichtsverlies voorkomen’ betekent ‘reputatieschade voorkomen,’ dan is dat een wedstrijd die hij al verloren heeft. ‘

Dus wat wil Poetin als hij een hele of een halve nederlaag moet slikken?

‘Veiligheid, misschien? Voor hemzelf en zijn regime? Moet het Westen hem influisteren dat het niks persoonlijks is? Voordat Japan zich overgaf in 1945, was de vraag: zouden de geallieerden de grondwettelijke positie van Keizer Hirohito beschermen.’

‘Er zijn misschien belangrijker vragen dan op zoek te gaan naar dingetjes die Zelensky op tafel kan leggen voor Poetin, om diens kolossale mislukking te verdoezelen. Zelensky zal niet de soevereiniteit en de veiligheid van zijn land riskeren uit mededogen voor Poetin’s gebutste ego. Oekraïne is beter voorbereid op de lange termijn, politiek en misschien zelfs materieel, dan Rusland.

‘Een leider die in de hoek wordt gedrukt kan gevaarlijk worden. Hij kan in de verleiding komen om te escaleren. Maar hij heeft het zelf aangericht. Wij kunnen hem waarschuwen dat escalatie grote gevolgen zal hebben. Maar we krijgen hem niet uit zijn hoek met kleine ‘concessies.’