Wereldmacht (2)

Nog wat fragmenten uit het lange artikel van Robert Kaplan over hoe de VS zou moeten omgaan met de opkomst van China deze eeuw. (Terzijde: hij besteedt geen woord aandacht aan ‘de Moslims,’ of aan Islam. Geen zorg, kennelijk.)

Hij concentreert zich op China en niet Rusland want ‘China heeft een veel sterkere economie, een meer geïnstitutionaliseerd politiek systeem, en een steviger cultuur dan Rusland.’

China heeft coherente waarden en doelen. ‘In China ben je in een traditioneel mentaal waardenstelsel. In dat stelsel werken alle activiteiten op landelijke niveau – commercieel, cyber, militair, politiek, technologisch, onderwijs – samen naar het hetzelfde doel. Zodat computer hacking, het bouwen van havens, en de manoeuvres van marine en vissersvloten allemaal gecoördineerd lijken te zijn.

Amerika vergist zich door ‘democratie’ an sich te propageren. Het zou beter de rechtsstaat kunnen promoten, democratisch of verlicht autoritair. (Kaplan noemt Marokko, Jordanië, Oman.) ‘Hybride regimes met een soort verlichte despoot zijn in de geschiedenis vaker de norm geweest dan democratie.’

Strategie betekent ook dat je moet onderscheiden wat belangrijk is en wat niet. Afghanistan is niet belangrijk. Het Midden-Oosten is niet belangrijk. ‘De VS zou zich zo snel mogelijk uit het Midden-Oosten moeten terugtrekken.’ India en Taiwan zijn strategisch belangrijker dan Syrië of Afghanistan. India vanwege de ligging aan de Indische Oceaan en zijn natuurlijk rivaliteit met China; Taiwan als baken van vrijheid en succesmodel van ‘Westerse’ gemeenschapsnormen, bij de voordeur van China.

Realpolitik

Robert D. Kaplan (wikipedia), verslaggever en historicus: ‘We leven in een wereld van grootmachten (empire). Het fenomeen ‘wereldmacht’ is van alle tijden. Om een wereldmacht te zijn moet je de schijn wekken dat je permanent bent: dat is nodig om de rest van de wereld te laten berusten in jouw overheersing. Macht is niet alleen economisch of militair: macht is moreel. Onze bondgenoten moeten erop vertrouwen dat wij oprecht zijn. Die voorspelbaarheid, betrouwbaarheid, is weg.

‘Zbigniew Brzezinski zei ooit dat honderden miljoenen Moslims niet hunkeren naar democratie maar naar rechtvaardigheid en respect. Dit is een wereld die perfect is voor Chinezen, die niet prediken over welke soort regering een land moet hebben maar een motor voor economische groei aanbieden. China is niet onze uitdaging, de Chinese wereldmacht is de uitdaging. Die reikt vanuit de kern van de Han-bevolking westelijk over Moslim China en Centraal Azië naar Iran; van de Zuid-Chinese Zee over de Indische Oceaan naar het Suezkanaal naar het oosten van de Middellandse Zee. Het is een wereldmacht gebouwd op wegen, spoorwegen, pijpleidingen en containerhavens. (…) Omdat China bezig is de grootste marine ter wereld te bouwen, is het hart van dit wereldrijk de Indische Oceaan, de energie-snelweg van de wereld die de olie- en gasvelden van het Midden-Oosten verbindt met de verstedelijking van Oost-Azië.’

Henry Kissinger: World Order

Sympathieke bespreking van het nieuwste boek van Henry Kissinger (Fürth, 1923) de invloedrijkste oud-minister van BZ, door Jacob Heilbrunn, hoofdredacteur van de National Interest.Door de eeuwen heen is een machtsevenwicht – zoals bijvoorbeeld de Vrede van Westfalen (1648) – de beste manier geweest om een zekere mate van vrede te scheppen. Hegemonie, moralisme, bevrijdingsoorlogen en evangelisme, ook al zijn ze nog zo goed bedoeld, hebben vroeg of laat een averechts effect. Dit is niet cynisch, het is in zekere zin zelfs ethisch: “Het is een vorm van moralisme – verhoudingen gebaseerd op wederzijds respect en elkaar in waarde laten, niet vallen voor de verleiding om gebruik te maken van tijdelijke omstandigheden, om zo een duurzame vrede te bevorderen.”  Geen specifiek instructies over wat te doen met hysterische terroristen of met Syrië. Maar wel een  theoretisch raamwerk dat nuttig kan zijn bij de vraag: wat doen we met opkomend China, of met Rusland onder Poetin.  Meer…

Wat zou Winston Churchill doen?

Altijd leuk. Nu ook Hillary Clinton de parallel tussen de Krim en Sudetenland heeft gevonden (vorige maand), zoals eerder De Bicker op 1 maart opmerkte, is het zinvol terug te gaan naar 1938. Twee weken na de ‘Anschluss’ van Oostenrijk betrad Churchill het Parlement en sprak. Wat hij ervan vond kunnen we raden. Maar wat is hij toch een fantastisch retoricus:

“[A] country like ours, possessed of immense territory and wealth, whose defences have been neglected, cannot avoid war by dilating upon its horrors, or even by a continuous display of pacific qualities, or by ignoring the fate of the victims of aggression elsewhere. War will be avoided, in present circumstances, only by the accumulation of deterrents against the aggressor.”

“I have watched this famous island descending incontinently, fecklessly the stairway which leads to a dark gulf… If mortal catastrophe should overtake the British nation and the British Empire, historians a thousand years hence will still be baffled by the mystery of our affairs. They will never understand how it was that a victorious nation, with everything in hand, suffered themselves to be brought low and to cast away all that they had gained by measureless sacrifice and absolute victory—’gone with the wind.'”

En hij waarschuwt dat ‘appeasement’ niets oplevert:

“Do not suppose that this is the end. This is only the beginning of the reckoning. This is only the first sip, the first foretaste of a bitter cup which will be proffered to us year by year unless by a supreme recovery of moral health and martial vigor, we arise again and take our stand for freedom as in the olden time.”