Kan altijd erger

Soms is geschiedenis troostrijk. Wie aan het eind van 2022 denkt ‘pfff, wat een krankzinnig jaar, wat een krankzinnige tijd’ – lees dit boek. In 1910-1925 was het in Amerika nog veel gekker. Een racistische president, bommengooiers, anarchisten, striktere censuur dan nu in Rusland, xenofobie, Stasi-achtige surveillance, en natuurlijk racisme. Eén voorbeeld: een filmproducent die een film maakte over de Amerikaanse revolutie werd veroordeeld: ‘Wij zitten in een oorlog waarin Groot-Brittanië onze bondgenoot is.’ Dit is niet het moment  ‘om tweedracht te zaaien.’ Tien jaar gevangenis.

American Midnight: The Great War, a Violent Peace, and Democracy’s Forgotten Crisis,’ door Adam Hochschild. Via Amazon en elders.

Boektips

Oudgediende Bickerlezer Pepijn Vloemans vertelt over de 26 beste – nonfictie – boeken die hij dit jaar las. Hij legt bondig en precies uit waarom hij ze goed vond, en zijn enthousiasme is aanstekelijk. Kijk maar:

‘False Alarm’

‘False Alarm,’ door Bjørn Lomborg. Basic Books, 321 pp

De Europese Unie, bij monde van commissaris Frans Timmermans, kondigde onlangs het programma ‘Fitfor55’ aan. Dat betekent: de EU gaat er naar streven om CO2-emissies terug te dringen met 55% ten opzichte van de uitstoot van 1990. Dus niet alleen een geleidelijke vertraging van de toename, nee – meer dan een halvering van de uitstoot  van 1990, in het jaar 2030. En dan door, naar nul uitstoot in 2050. Het lijkt ambitieus, maar de EU put hoop uit het feit dat CO2-emissies nu al 20% lager zijn dan in 1990, ondanks groeiende bevolking en energieverbruik. (In 2019 – het jaar 2020 tellen we niet mee want corona.)

‘Het moment van de waarheid voor Europa,’ zegt de Commissie.

Los van de vraag of dat haalbaar is, zegt Bjørn Lomborg, is het niet zo heel effectief: de aarde zou in 2100 fractioneel minder warm zijn. Als je het verwerkt in het standaard VN-klimaatmodel rolt er iets van 0,002 graden Celsius uit. Anders gezegd: de verwarming wordt zes weken vertraagd. En het is niet onredelijk te verwachten dat veel van de uitstoot wordt geëxporteerd, verplaatst naar landen als China of Vietnam. Dus dan is het effect op mondiaal niveau nog kleiner.

Dit alles tegen een aanzienlijke prijs: de laagste schatting, van de EU zelf, zegt 1,5 biljoen (1.500 miljard) euro over de komende 30 jaar. Met 450 miljoen inwoners in Europa is dat iets meer dan 3.000 euro per inwoner. Over 30 jaar uitgesmeerd is dat natuurlijk een fooi, 100 euro per jaar. (correctie 20/1/22) Hebben we dat er niet voor over om de planeet te redden?

Maar bedenk eens waar je 1,5 biljoen euro’s allemaal voor zou kunnen gebruiken. Dat is bijna vier Rijksbegrotingen. En hoe weinig je voor je geld krijgt. In de woorden van Lomborg: ‘Een krankzinnig dure manier om vrijwel niets te bereiken.’

Als alle rijke landen van de wereld, zeg maar de OESO, vandaag zouden stoppen met CO2 uit te stoten – helemaal, van de ene dag op de andere – zelfs in dat hypothetische geval zou de temperatuur in 2100 misschien één graad Celsius minder gestegen zijn, zegt Lomborg. Dat is omdat driekwart van de emissies in de 21ste eeuw komt uit de rest van de wereld: China en India, Afrika, Latijns-Amerika.

Klimaatbeleid kost geld. Als het winstgevend was, zouden we het allang doen. Maar ook al kost het geld, het kan slimmer, zegt Lomborg. Dit is waartegen hij strijd voert: geldverkwisting, gedreven door paniek en emotie en niet rationele argumenten. Over het doel is er geen kwestie: klimaatverandering is schadelijk en moeten we waar mogelijk temperen. Maar niet ten koste van alles.

Paniek

Een paar voorbeelden van paniekzaaierij door gerespecteerde media, van de vele die Lomborg noemt.

In 2019 schreef de New York Times op basis van een artikel in Nature dat grote delen van de wereld in 2050 onder water zouden staan, met grote steden ‘weggevaagd.’ De krant, later geciteerd door talloze andere media, toonde een kaart waarop vrijwel geheel Zuid-Vietnam als ‘bedreigd land’ werd getoond. Twintig miljoen mensen onder zeeniveau, bij hoog water. Maar, zegt Lomborg (en zei ook het artikel in Nature): dat is nu al het geval. De hele Mekong Delta is onder zeeniveau. Alleen hebben de Vietnamezen dijken gebouwd. Vietnam is dus net zo ‘onder water’ als Nederland. Of Londen. Wij hebben ons aangepast aan stijgend zeewater, of dalende kustlandschappen, met technologie.

David Wallace-Wells schreef in 2017: stijgende zeespiegels en toenemende stormen zullen deze eeuw 14-100 biljoen dollar per jaar schade toebrengen. De Washington Post schreef in 2019: 187 miljoen klimaatvluchtelingen door stijgende zeespiegels. Beide artikelen waren gebaseerd op studies die daaraan toevoegden: ‘als er niets wordt gedaan.’ Maar de mensheid heeft nu juist altijd iets gedaan – zich altijd aangepast aan het weer en aan de zee. Die studies schreven in de voetnoten: bij aanpassing zal de schade 90% lager uitvallen; zal het probleem van klimaatvluchtelingen ‘vrijwel verdwijnen.’

Ander voorbeeld. In 2018 kwam het VN Klimaatpanel met de aanbeveling om CO2-emissies drastisch terug te brengen als we de temperatuurstijging in 2030 tot 1,5ºC zouden willen beperken (ten opzichte van pre-industrieel, dus zeg maar 1850). ‘Snelle, vergaande en nog nooit vertoonde veranderingen in alle delen van de samenleving’ zijn vereist, zo formuleerden de geleerden het.

Dat werd overal geciteerd als: ‘we hebben nog maar 12 jaar om de planeet te redden. En de wetenschappers zeggen dat het pijn gaat doen.’

Maar waar kwam dat advies van de VN vandaan? Overheden hadden zich in 2015 in Parijs gecommitteerd om te streven naar een stijging van max 1,5ºC, per 2030. Daarna waren ze pas naar het VN klimaatpanel gegaan met de vraag: wat moeten we doen om dat te halen? Dat is een beetje alsof politici aan verkeersdeskundigen vragen wat er zou moeten gebeuren om het aantal verkeersdoden terug te brengen naar nul. Dat kan, zeggen ze: voer een maximumsnelheid in van 5 km/uur. Voila. Geen ongelukken meer.

Ja, als je in hele korte tijd iets monumentaals wilt bereiken, dan zijn er draconische maatregelen nodig. Maar is het zo erg? Moet het snel? En zelfs als het mogelijk was, zou het dan al het geld waard zijn? In het verkeer hebben we beleid ontwikkeld: niet maximum 5km overal, maar 30 op het woonerf, 50 in de bebouwde kom, 100 op de snelweg; alle omstandigheden en belangen tegen elkaar afgewogen. Datzelfde kunnen we en moeten we doen met klimaatbeleid.

‘We leven in een tijdperk van angst,’ opent Lomborg. Aangewakkerd door media. Nog wat voorbeelden:

Tuvalu, de Marshall Islands en de Kiribati eilanden verdwijnen niet onder water; de landmassa is de afgelopen veertig jaar juist toegenomen, met een paar procent. Door aanslibbing. Hetzelfde geldt voor de Maladiven, en Frans Polynesië.

Het aantal ijsberen is sinds de jaren ’60 niet afgenomen maar toegenomen, van 5-19.000 tot meer dan 26.000 in 2019.

Doden door hittegolven worden veroorzaakt door gebrek aan air conditioners. Meer mensen overlijden door kou dan dor hitte.

Bosbranden in Californië nemen toe omdat er te weinig aan bosbeheer is gedaan, de afgelopen decennia. Niet door ‘het klimaat.’

Inefficiënt

We gaan biljoenen (‘trillions’) aan euro’s uitgeven en het gaat niet helpen, zegt Lomborg. De duurste manier om de temperatuurstijging te temperen is: CO2-uitstoot verminderen in hele korte tijd. Dat is wel het doel van het Parijs Akkoord van 2015; de aarde mag niet warmer worden dan 1,5ºC boven het niveau in 1850 –  nou ja, vooruit, hooguit 2ºC meer. Dus moet de CO2 uitstoot in 2050 uiterlijk zijn gestabiliseerd. Dat is een onmogelijk doel, en ongelooflijk duur om te verwezenlijken. Zoals we aan het begin al zagen: het Parijs Akkoord uitvoeren gaat bakken met geld kosten.

Het verbannen van steenkool in de hele wereld lijkt mooi – maar voor de armste landen is het de goedkoopste en meest betrouwbare bron van energie, de energie die ze helpt om armoede te verminderen, levens te redden, onderwijs en gezondheidszorg te verbeteren. Vandaar dat China en India op de COP26 in Glasgow het woord ‘uitfasering’ van steenkool veranderden in ‘afbouw.’ Veel beter dus om een schoon alternatief te bieden dat goedkoper is dan fossiele brandstoffen. ‘We gaan dit probleem pas fundamenteel oplossen als we erin slagen om groene energie veel goedkoper te maken dan fossiele brandstoffen, vooral in de ontwikkelende landen. Innovatie is waar het om gaat.’

Het is een illusie om te denken dat de wereldeconomie zo snel kunnen ombuigen, en en het leidt tot verbroken beloftes. Kijk naar het Akkoord van Parijs, kijk naar Frankrijk – toen president Emmanuel Macron een ‘klimaataccijns’ van 4 cent per liter benzine aankondigde, kwamen de Gele Vestjes in het geweer – en de accijnsverhoging werd afgeblazen.

Wat dan wel?

Goed meneer Lomborg, maar wat dan wel?

Hij zegt: voer een CO2-belasting in op fossiele brandstoffen. Laag beginnen, op 20 dollar per ton, wat neerkomt op ongeveer 4 eurocent per liter benzine (inderdaad, wat Macron wilde). En dan de rest van de eeuw langzaam opvoeren. Een belasting stuurt gedrag, en leidt tot minder gebruik van fossiele brandstoffen.

Innovatie: stimuleer en investeer. Iedere dollar voor research in groene energie levert 11 dollar op aan schadebeperking door klimaatverandering. Mensen zullen pas energie uit fossiel opgeven als er een alternatief is dat net zo betrouwbaar is, en goedkoper. Dus niet niet wind of zon; misschien kernenergie.

Drie: aanpassen. Dijken verhogen, uiterwaarden aanleggen, air conditioners uitdelen, bossen aanplanten, ‘wit asfalt’ in steden aanleggen, etc etc. We moeten onder ogen zien dat de aarde iets zal opwarmen, en dat we ons daarin moeten schikken. We hebben tenslotte nooit anders gedaan.

‘Geoengineering.’ Toen de vulkaan Pinatubo op de Filippijnen in 1991 ontplofte, stootte hij een enorme wolk as uit, waarin grote hoeveelheden zwaveldioxide die in de stratosfeer belandden en het zonlicht deels blokkeerden. Zo veel, dat de temperatuur over de gehele aardbol achttien maanden lang één hele graad Fahrenheit lager was dan normaal.

Wetenschappers bestuderen nu of er manieren zijn om zwaveldioxide in de stratosfeer te strooien, om ook zo’n tijdelijke afkoeling te bewerkstelligen. Dat soort experimenten is eng – en Lomborg zegt dan ook: ‘ik pleit niet voor meteen doen, maar wel: bestuderen.’ Het zou fijn zijn als we deze technologie achter de hand hebben voor noodgevallen, bijvoorbeeld als de ijskap op West-Antarctica sneller smelt dan we hadden gedacht.

Tot slot, zegt Lomborg: help arme landen rijker te worden. Vergelijk Bangla Desh en Nederland, zegt hij: allebei bedreigd door water, maar Nederland had het geld om de Deltawerken te bouwen en dijken te verhogen. Als Bangla Desh rijker wordt, kan het zich beter verdedigen tegen de zee. Vrijhandel verspreidt welvaart en is dus ook een manier om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. Maar niet alleen dat: honger en ondervoeding bestrijden, TBC en andere ziektes bestrijden verdienen zich economisch terug. Een gezondere bevolking kan beter leren en zal productiever zijn.

En toch …

Een paar vragen blijven over. In wat voor wereld leven we dan, als we alle kosten en baten hebben afgewogen? Lomborg kijkt puur economisch, en besteedt geen bladzijde aan biodiversiteit, de schoonheid van de natuur, de mate waarin wij voor ons geluksgevoel verbonden zijn met die natuur. Kan een mens gelukkig leven op beton, om het metaforisch te stellen?

In het hoofdstuk over CO2-belasting zegt hij dat we moeten streven naar een temperatuurstijging van ruwweg 3ºC in 2100 t.o.v. 1850; dan zijn de kosten van schade door klimaatverandering, en kosten van CO2-beperking, zo’n beetje in evenwicht. Zo krijg je het meeste resultaat per gulden. Maar pardon: 3ºC? Dat is een volle graad meer dan 2ºC waar het Akkoord van Parijs op mikt. Natuurlijk is emissiebeleid dan goedkoper, als je de lat lager legt.

Lomborg zegt: dat doelwit van 2ºC Celsius nemen we niet eens mee want het is gewoonweg niet haalbaar. Dat onderbouwt hij overtuigend. (Belangrijkste is de metafoor van de badkuip: als je er minder water bijgiet, raakt de badkuip nog steeds voller; alleen in een lager tempo. Om de badkuip te laten leeglopen, moet je minder water toevoegen dan er wegsijpelt langs de stopper. Dat vergt een draconische, en dus heel dure vermindering van CO2-uitstoot.)

Maar moet je dan toch niet appels met appels vergelijken? Oftewel: wat kost het EU-beleid als het 3ºC als doelwit neemt, en niet 2ºC?

En is een temperatuurstijging van 3ºC niet roekeloos? Weten we wel wat er met de planeet gebeurt als de temperatuur zo snel stijgt? Treden en niet allerlei vicieuze cirkels op, in de Warme Golfstroom, in het albedo-effect van de Poolkappen?

Die vragen komen dus in ieder geval, op 25 januari.  16 februari.

Decadentie

‘The Decadent Society,’ door NY Times columnist Ross Douthat, is niet erg opwekkend leesvoer zoals de titel al doet vermoeden. Het gaat over ons, en de Amerikanen. Maar zijn toon maakt het draaglijk. Hij is vergevensgezind, doet zijn best om links en rechts gelijke aandacht te geven. Hij is ook niet berispend of moraliserend of pessimistisch; meer berustend. Het is wat het is.

Hij bewijst ons een dienst door allerlei definities van decadentie te bespreken en uit te komen bij deze: “Economische stagnatie, aftakeling van instellingen, culturele en intellectuele uitputting op een hoog niveau van materiële welvaart en technologische ontwikkeling.” Dus decadentie gaat niet over uiterlijk vertoon of hedonisme, het is economisch; het is maatschappijbreed; en het is ook niet apathie: integendeel, een drukke maar ook verwarde tijd zonder richting of vernieuwing.

Meer…

Energie

Als je ‘The New Silk Roads’ leest, van Peter Frankopan, wordt je ongeveer van je stoel geblazen door de energie en het optimisme in de landen ‘tussen de oostelijke Middellandse Zee en de Stille Oceaan,’ in de poëtische woorden van Frankopan. Altijd al het centrum van de wereld, door het simpele feit dat er op dit stuk grond de meeste aardbewoners leefden. Handel door de eeuwen heen, van Oost naar West en andersom, verrijkte iedereen. China werd door de Industriële Revolutie tijdelijk van de troon gestoten, maar nu, 200 jaar later, pakt de geschiedenis de draad weer op.

‘In 2017 gaven Chinese toeristen meer dan 250 miljard dollar per jaar uit, meer dan het dubbele van Amerikaanse toeristen.’ En op dit moment heeft nog maar 5 procent van de Chinezen een paspoort. ‘Pakistan is nu de snelstgroeiende consumentenmarkt ter wereld, deels dank zij een verdubbeling van besteedbaar inkomen sinds 2010.’ Meer…

Bob Woodward

Hoe slaagt hij er toch telkens weer in Presidenten aan het praten te krijgen? Met zijn reputatie? Woodward zelf praat niet over zijn methode. Oud-collega bij Washington Post, zelf ook auteur, legt uit hoe Washington werkt.

‘Mensen vinden hun eigen verhalen interessant, en willen die kwijt. Of ze willen minimaal voorkomen dat andere, mogelijk partijdige of bevooroordeelde bronnen het verhaal vertellen. ‘

Woodward interviewt op ‘deep background:’ hij gebruikt de uitspraken maar vertelt nooit wie iets gezegd heeft. Dat beschermt de bronnen maar heeft een belangrijk bijkomend voordeel: Woodward wordt de stem van God, de enige die beslist hoe de verschillende versies van de werkelijkheid in verhouding tot elkaar staan. Niemand kan controleren of de weergave van Woodward ‘klopt.’

Politieke macht in Washington is vergankelijk. Je bent maar een paar jaar minister. Beroemde journalisten blijven. Dus als politicus wil je op goede voet blijven, voor de toekomst, als je lobbyist bent geworden, of zoiets.

En Woodward hoeft niet meer bronnen op te zoeken in tochtige parkeergarages. De ster-auteur nodigt ze uit voor een etentje thuis. Dan ben je op bezoek bij een beroemdheid.

Marx of niet?

Het nieuwe boek van econoom Thomas Piketty telt meer dan 1.000 bladzijden. Dat is op zich geen bezwaar, zegt Paul Krugman in een recensie. Maar Piketty gebruikt al die pagina’s om van alles te bespreken. Het resultaat: te weinig focus, en minder geloofwaardigheid. Want is Piketty echt zo knap dat hij verstand heeft van corporate governance in Zweden, en van de geschiedenis van slavernij, en van de rol van Brahmins in het Hindoe koninkrijk Puddukkottai?

Krugman zegt: Piketty zet Marx op zijn kop. De humeurige 19de-eeuwse Duitser zag ongelijkheid als een onvermijdelijk, bijna mechanisch resultaat van technologie en productiemethoden. Piketty stelt: ongelijkheid ontstaat door politiek. En de verrechtsing, of Thatcherisme, of ‘marktdenken,’ of hoe u het noemen wilt – is vooral de schuld van de linkse democratische partijen, die steeds meer werden gedomineerd door hoog opgeleiden, en geleidelijk het lot van de minder bevoorrechte klassen uit het oog verloren.

En – tadaa – daar is The Economist: ‘A modern Marx,’ zegt de kop boven de recensie.  Wat nu?

‘In 1867 zei Marx: ‘Het essentiële verschil tussen … een samenleving die is gebaseerd op slavenarbeid en een die is gebaseerd op loonarbeid, ligt alleen in de manier waarop de waarde uit arbeid wordt gehaald.’ Oftewel: kapitalisme is net zo uitbuitend en immoreel als feodalisme en slavernij, maar verhult dat beter. Piketty, duizend jaar wereldgeschiedenis overziend, komt tot een frappant identieke conclusie.’

Krugman lijkt me iets te veel gericht op een technisch debat: of ongelijkheid nu ontstaat door technologie of door ideologie, het verandert niets aan Piketty’s recept: pluk de rijken, geef meer macht aan de arbeiders en aan de staat.

The Economist noemt dat ‘millennial socialisme’ en is het – niet verrassend – oneens met Piketty’s recept. Vakbonden kunnen de macht grijpen die voor de werkenden was bedoeld; een rijke overheid kan net zo goed geld verkwisten als een miljardair, zegt het blad.

Tekst plus beeld, graag

Het viel te verwachten dat de boekenrubriek vroeg of laat zou worden binnengedrongen door mensen die liever geïnformeerd worden door een beeldverhaal, dan uitsluitend maar lettertjes. Kijk maar naar deze pagina, vol cijfers over de onstuimige groei van video als informatiebron; waar ook te vinden is: ‘59% van leidinggevenden geeft de voorkeur aan video boven tekst.’ Een ‘boeken’rubriek is wel heel ouderwets. Dus ik geef graag het woord aan lezer E. Quist:

‘Vox maakt informatieve minidocumentaires met zeer interessante content; erg helder en visueel mooi uitgelegd. De focus ligt vaak op de VS en soms moet je in je achterhoofd houden dat het materiaal of de presentatie van feiten gekleurd kan zijn omdat het redelijk progressief is (anti-trump vaak). Toch vind ik dat ze vrij onbevooroordeeld te werk gaan. De video die ik nu graag zou delen is de volgende:
‘Iedereen dit meer begrip wil van Trump’s buitenlandbeleid en de invloed van de evangelische christenen in de VS (grotendeels electoraat van Trump) daarop, zou dit moeten kijken. Met name mbt de Israel/Palestina-kwestie en de geopolitieke verhoudingen in het Midden-Oosten. Deze video gaat daarover. (Overigens bizar om te zien dat in de VS zo’n grote groep christenen zulke waarde hecht aan de voorspellende kracht van de Bijbel). Ik kan iedereen aanbevelen zich te abonneren op dit kanaal en er zo nu en dan eens op te kijken voor interessant materiaal.’
Mijn enige tegenwerping: het is heel makkelijk om beeld en geluid zodanig te combineren dat de ontvanger naar een bepaalde conclusie wordt geduwd. Ook doordat video passief wordt geconsumeerd, in tegenstelling tot tekst. Dus: kies uw video-afzender zorgvuldig,  en kijk af en toe met de ogen dicht.

De Bekeerlinge

Mark Blaisse beveelt aan: ‘De in België bejubelde schrijver Stefan Hertmans woont voor een belangrijk deel in Frankrijk. Daar ontdekt hij een kleine historie die hij meesterlijk weet uit te spinnen. Hij treedt tussen Cairo en de Provence in de sporen van een elfde-eeuwse christelijke jonkvrouw die haar leven vergooide uit liefde voor een Joodse jongen. Het stel moet vluchten voor haar woedende vader. De soldaten die hij op hen afstuurt, zullen later deelnemen aan de kruistochten. De haat tegen moslims geldt ook voor de Joden. De wreedheid van de christenen blijkt grenzeloos. Het dorp van de jongen wordt verwoest omdat het verhaal gaat dat er een grote schat is verborgen, maar in werkelijkheid omdat er ‘minderwaardige’ mensen wonen. Hartverscheurend beschrijft Hertmans de pogrom en de duizelingwekkende overlevingstocht van het liefdespaar, dat werkelijk niets bespaard blijft. Passie, haat, liefde en dood maken van deze roman een superieure page turner waarbij de lezer ook nog geschiedenisles van de bovenste plank krijgt.’

Open

Het eerste hoofdstuk heet ‘The End’ en begint als volgt: ‘Ik open mijn ogen en weet niet waar ik ben of wie ik ben. Dat is niet ongebruikelijk – de helft van mijn leven tot nu toe wist ik ‘t niet. Maar dit voelt anders. Dit is enger. Completer.

‘Ik kijk op. Ik lig op de grond naast het bed. Oh ja, ik ben midden in de nacht van het bed naar de vloer verhuisd. Dat doe ik meestal ‘s nachts. Beter voor mijn rug. (…) Ik tel tot drie, en begin dan het lange, moeilijke proces van opstaan. Met een kuch en een kreun rol ik op mijn zij, buig in de foetus-houding, en dan op mijn buik. Daar wacht ik, en wacht ik, tot het bloed begint te stromen. Ik ben een jonge man, relatief gesproken. Zesendertig. Maar ik ontwaak als een 96-jarige. Na 30 jaar sprinten, stoppen, hoog springen en hard landen voelt mijn lichaam niet meer alsof het mijn lichaam is.  (…) Ik ga door de basisfeiten. Ik heet Andre Agassi, mijn vrouw heet Stefanie Graf. We hebben twee kinderen, een zoon en een dochter, vijf en drie. We wonen in Las Vegas maar op dit moment logeren we in het Four Seasons Hotel in New York omdat ik het 2006 US Open speel. 

Waaat?!? Hij krepeert van de pijn en hij moet ‘s avonds in het US Open spelen?!? Hij vindt tennis niet leuk?

‘Mijn laatste US open. Mijn laatste toernooi, om precies te zijn. Ik speel tennis voor mijn brood hoewel ik tennis haat. Ik haat het, diep en donker, al mijn hele leven lang.’

Zo begint de autobiografie van Agassi, en hij is meesterlijk. Op huizenjacht in Las Vegas keurde vader alles af, ook het droomhuis van de twee kids, omdat de tuin niet groot genoeg was om een tennisbaan aan te leggen. Uiteindelijk vond hij iets aan de rand van de bebouwde kom, aan de rand van de woestijn. Daar zette hij een ballenmachine neer die hij zelf had aangepast zodat hij ballen met 175 kilometer per uur op zijn 7-jarige zoon kon afschieten. ‘The Dragon’ noemt de bange, kleine Andre het apparaat.

Ja, de bloed-zweet-tranen van een goed sportboek. Maar het zit ook vol mooie liefdesverhalen. Het huwelijk met actrice Brooke Shields, een mislukking vanaf dag één. Zijn trainer Gil, die een fitness center runde en later ‘Gil water’ ontwikkelde, een soort toverdrank. Zijn prachtige romance met Stefanie Graf. Je mag haar geen ‘Steffi’ noemen, dat is een bijnaam die haar moeder had verzonnen en die ze vreselijk vindt. En de rust die hij eindelijk vindt bij haar, en met de kinderen.