Decadentie

‘The Decadent Society,’ door NY Times columnist Ross Douthat, is niet erg opwekkend leesvoer zoals de titel al doet vermoeden. Het gaat over ons, en de Amerikanen. Maar zijn toon maakt het draaglijk. Hij is vergevensgezind, doet zijn best om links en rechts gelijke aandacht te geven. Hij is ook niet berispend of moraliserend of pessimistisch; meer berustend. Het is wat het is.

Hij bewijst ons een dienst door allerlei definities van decadentie te bespreken en uit te komen bij deze: “Economische stagnatie, aftakeling van instellingen, culturele en intellectuele uitputting op een hoog niveau van materiële welvaart en technologische ontwikkeling.” Dus decadentie gaat niet over uiterlijk vertoon of hedonisme, het is economisch; het is maatschappijbreed; en het is ook niet apathie: integendeel, een drukke maar ook verwarde tijd zonder richting of vernieuwing.

Meer…

Energie

Als je ‘The New Silk Roads’ leest, van Peter Frankopan, wordt je ongeveer van je stoel geblazen door de energie en het optimisme in de landen ‘tussen de oostelijke Middellandse Zee en de Stille Oceaan,’ in de poëtische woorden van Frankopan. Altijd al het centrum van de wereld, door het simpele feit dat er op dit stuk grond de meeste aardbewoners leefden. Handel door de eeuwen heen, van Oost naar West en andersom, verrijkte iedereen. China werd door de Industriële Revolutie tijdelijk van de troon gestoten, maar nu, 200 jaar later, pakt de geschiedenis de draad weer op.

‘In 2017 gaven Chinese toeristen meer dan 250 miljard dollar per jaar uit, meer dan het dubbele van Amerikaanse toeristen.’ En op dit moment heeft nog maar 5 procent van de Chinezen een paspoort. ‘Pakistan is nu de snelstgroeiende consumentenmarkt ter wereld, deels dank zij een verdubbeling van besteedbaar inkomen sinds 2010.’ Meer…

Bob Woodward

Hoe slaagt hij er toch telkens weer in Presidenten aan het praten te krijgen? Met zijn reputatie? Woodward zelf praat niet over zijn methode. Oud-collega bij Washington Post, zelf ook auteur, legt uit hoe Washington werkt.

‘Mensen vinden hun eigen verhalen interessant, en willen die kwijt. Of ze willen minimaal voorkomen dat andere, mogelijk partijdige of bevooroordeelde bronnen het verhaal vertellen. ‘

Woodward interviewt op ‘deep background:’ hij gebruikt de uitspraken maar vertelt nooit wie iets gezegd heeft. Dat beschermt de bronnen maar heeft een belangrijk bijkomend voordeel: Woodward wordt de stem van God, de enige die beslist hoe de verschillende versies van de werkelijkheid in verhouding tot elkaar staan. Niemand kan controleren of de weergave van Woodward ‘klopt.’

Politieke macht in Washington is vergankelijk. Je bent maar een paar jaar minister. Beroemde journalisten blijven. Dus als politicus wil je op goede voet blijven, voor de toekomst, als je lobbyist bent geworden, of zoiets.

En Woodward hoeft niet meer bronnen op te zoeken in tochtige parkeergarages. De ster-auteur nodigt ze uit voor een etentje thuis. Dan ben je op bezoek bij een beroemdheid.

Marx of niet?

Het nieuwe boek van econoom Thomas Piketty telt meer dan 1.000 bladzijden. Dat is op zich geen bezwaar, zegt Paul Krugman in een recensie. Maar Piketty gebruikt al die pagina’s om van alles te bespreken. Het resultaat: te weinig focus, en minder geloofwaardigheid. Want is Piketty echt zo knap dat hij verstand heeft van corporate governance in Zweden, en van de geschiedenis van slavernij, en van de rol van Brahmins in het Hindoe koninkrijk Puddukkottai?

Krugman zegt: Piketty zet Marx op zijn kop. De humeurige 19de-eeuwse Duitser zag ongelijkheid als een onvermijdelijk, bijna mechanisch resultaat van technologie en productiemethoden. Piketty stelt: ongelijkheid ontstaat door politiek. En de verrechtsing, of Thatcherisme, of ‘marktdenken,’ of hoe u het noemen wilt – is vooral de schuld van de linkse democratische partijen, die steeds meer werden gedomineerd door hoog opgeleiden, en geleidelijk het lot van de minder bevoorrechte klassen uit het oog verloren.

En – tadaa – daar is The Economist: ‘A modern Marx,’ zegt de kop boven de recensie.  Wat nu?

‘In 1867 zei Marx: ‘Het essentiële verschil tussen … een samenleving die is gebaseerd op slavenarbeid en een die is gebaseerd op loonarbeid, ligt alleen in de manier waarop de waarde uit arbeid wordt gehaald.’ Oftewel: kapitalisme is net zo uitbuitend en immoreel als feodalisme en slavernij, maar verhult dat beter. Piketty, duizend jaar wereldgeschiedenis overziend, komt tot een frappant identieke conclusie.’

Krugman lijkt me iets te veel gericht op een technisch debat: of ongelijkheid nu ontstaat door technologie of door ideologie, het verandert niets aan Piketty’s recept: pluk de rijken, geef meer macht aan de arbeiders en aan de staat.

The Economist noemt dat ‘millennial socialisme’ en is het – niet verrassend – oneens met Piketty’s recept. Vakbonden kunnen de macht grijpen die voor de werkenden was bedoeld; een rijke overheid kan net zo goed geld verkwisten als een miljardair, zegt het blad.

Tekst plus beeld, graag

Het viel te verwachten dat de boekenrubriek vroeg of laat zou worden binnengedrongen door mensen die liever geïnformeerd worden door een beeldverhaal, dan uitsluitend maar lettertjes. Kijk maar naar deze pagina, vol cijfers over de onstuimige groei van video als informatiebron; waar ook te vinden is: ‘59% van leidinggevenden geeft de voorkeur aan video boven tekst.’ Een ‘boeken’rubriek is wel heel ouderwets. Dus ik geef graag het woord aan lezer E. Quist:

‘Vox maakt informatieve minidocumentaires met zeer interessante content; erg helder en visueel mooi uitgelegd. De focus ligt vaak op de VS en soms moet je in je achterhoofd houden dat het materiaal of de presentatie van feiten gekleurd kan zijn omdat het redelijk progressief is (anti-trump vaak). Toch vind ik dat ze vrij onbevooroordeeld te werk gaan. De video die ik nu graag zou delen is de volgende:
‘Iedereen dit meer begrip wil van Trump’s buitenlandbeleid en de invloed van de evangelische christenen in de VS (grotendeels electoraat van Trump) daarop, zou dit moeten kijken. Met name mbt de Israel/Palestina-kwestie en de geopolitieke verhoudingen in het Midden-Oosten. Deze video gaat daarover. (Overigens bizar om te zien dat in de VS zo’n grote groep christenen zulke waarde hecht aan de voorspellende kracht van de Bijbel). Ik kan iedereen aanbevelen zich te abonneren op dit kanaal en er zo nu en dan eens op te kijken voor interessant materiaal.’
Mijn enige tegenwerping: het is heel makkelijk om beeld en geluid zodanig te combineren dat de ontvanger naar een bepaalde conclusie wordt geduwd. Ook doordat video passief wordt geconsumeerd, in tegenstelling tot tekst. Dus: kies uw video-afzender zorgvuldig,  en kijk af en toe met de ogen dicht.

De Bekeerlinge

Mark Blaisse beveelt aan: ‘De in België bejubelde schrijver Stefan Hertmans woont voor een belangrijk deel in Frankrijk. Daar ontdekt hij een kleine historie die hij meesterlijk weet uit te spinnen. Hij treedt tussen Cairo en de Provence in de sporen van een elfde-eeuwse christelijke jonkvrouw die haar leven vergooide uit liefde voor een Joodse jongen. Het stel moet vluchten voor haar woedende vader. De soldaten die hij op hen afstuurt, zullen later deelnemen aan de kruistochten. De haat tegen moslims geldt ook voor de Joden. De wreedheid van de christenen blijkt grenzeloos. Het dorp van de jongen wordt verwoest omdat het verhaal gaat dat er een grote schat is verborgen, maar in werkelijkheid omdat er ‘minderwaardige’ mensen wonen. Hartverscheurend beschrijft Hertmans de pogrom en de duizelingwekkende overlevingstocht van het liefdespaar, dat werkelijk niets bespaard blijft. Passie, haat, liefde en dood maken van deze roman een superieure page turner waarbij de lezer ook nog geschiedenisles van de bovenste plank krijgt.’

Open

Het eerste hoofdstuk heet ‘The End’ en begint als volgt: ‘Ik open mijn ogen en weet niet waar ik ben of wie ik ben. Dat is niet ongebruikelijk – de helft van mijn leven tot nu toe wist ik ‘t niet. Maar dit voelt anders. Dit is enger. Completer.

‘Ik kijk op. Ik lig op de grond naast het bed. Oh ja, ik ben midden in de nacht van het bed naar de vloer verhuisd. Dat doe ik meestal ‘s nachts. Beter voor mijn rug. (…) Ik tel tot drie, en begin dan het lange, moeilijke proces van opstaan. Met een kuch en een kreun rol ik op mijn zij, buig in de foetus-houding, en dan op mijn buik. Daar wacht ik, en wacht ik, tot het bloed begint te stromen. Ik ben een jonge man, relatief gesproken. Zesendertig. Maar ik ontwaak als een 96-jarige. Na 30 jaar sprinten, stoppen, hoog springen en hard landen voelt mijn lichaam niet meer alsof het mijn lichaam is.  (…) Ik ga door de basisfeiten. Ik heet Andre Agassi, mijn vrouw heet Stefanie Graf. We hebben twee kinderen, een zoon en een dochter, vijf en drie. We wonen in Las Vegas maar op dit moment logeren we in het Four Seasons Hotel in New York omdat ik het 2006 US Open speel. 

Waaat?!? Hij krepeert van de pijn en hij moet ‘s avonds in het US Open spelen?!? Hij vindt tennis niet leuk?

‘Mijn laatste US open. Mijn laatste toernooi, om precies te zijn. Ik speel tennis voor mijn brood hoewel ik tennis haat. Ik haat het, diep en donker, al mijn hele leven lang.’

Zo begint de autobiografie van Agassi, en hij is meesterlijk. Op huizenjacht in Las Vegas keurde vader alles af, ook het droomhuis van de twee kids, omdat de tuin niet groot genoeg was om een tennisbaan aan te leggen. Uiteindelijk vond hij iets aan de rand van de bebouwde kom, aan de rand van de woestijn. Daar zette hij een ballenmachine neer die hij zelf had aangepast zodat hij ballen met 175 kilometer per uur op zijn 7-jarige zoon kon afschieten. ‘The Dragon’ noemt de bange, kleine Andre het apparaat.

Ja, de bloed-zweet-tranen van een goed sportboek. Maar het zit ook vol mooie liefdesverhalen. Het huwelijk met actrice Brooke Shields, een mislukking vanaf dag één. Zijn trainer Gil, die een fitness center runde en later ‘Gil water’ ontwikkelde, een soort toverdrank. Zijn prachtige romance met Stefanie Graf. Je mag haar geen ‘Steffi’ noemen, dat is een bijnaam die haar moeder had verzonnen en die ze vreselijk vindt. En de rust die hij eindelijk vindt bij haar, en met de kinderen. 

Lezer Pepijn van Dijk schrijft dat hij regelmatig boeken bespreekt op zijn eigen website.   Hier een fragment uit zijn bespreking van ‘The Game’: ‘Baricco gaat zover te stellen dat om in deze wereld te overleven, elk product, mens of dienst het genetisch erfgoed van computerspellen in zijn DNA moet hebben: een aangenaam design, een helder probleem-oplossing ritme, snelle bevrediging, steeds moeilijkere levels, leren door te proberen en niet door te studeren, onmiddellijke beschikbaarheid en de geruststelling van een puntentelling.

Van Baricco mogen we van deze constatering “nerveus worden”.
Onze mentale houding verandert hierdoor. Immers, als de smartphone het leven zo makkelijk en overzichtelijke maakt, waarom mag ik dan niet hetzelfde verwachten van onderwijs, reizen of eten? Zijn we niet allemaal van mening dat deze simpele regels van toepassing zijn op alle aspecten van ons leven. We hebben de weg van The Game gekozen. Dit spel definieert de nieuwe structuren, er zijn nieuwe allesbepalende regels.’

Intussen gaat Pepijn Vloemans onverdroten door. In zijn nieuwsbrief is hij lyrisch over een boek uit 2002:

  • Het staat vol met de minibiografieën van de grote (maar veelal vergeten) wetenschappers die een bijdrage hebben geleverd aan ons begrip van hoe het klimaat werkt.
  • Het laat zien hoe wetenschap écht werkt. Deze wetenschappers in dit boek zijn tegendraadse en vreemde vogels die eindeloos moesten leuren met hun ideeën voordat ze geaccepteerd werden (ook soms pas na hun dood).
  • Je begrijpt na het lezen van dit boek de trage fenomenen die het klimaat op aarde bepalen, zoals de thermohaliene circulatie van de oceanen en subtiele wobbeling van de aarde om haar as die door de Servische wetenschapper Milankovich ontdekt werd.

De lijst van Pepijn (2)

Romans 

Ball Lightning, Cixin Liu. Alles van deze Chinese science fiction schrijver is uitzonderlijk goed. Ook in dit boek (dat hij schreef voor de Three Body Problem-trilogie) speelt hij weer met natuurkunde en technologie op een manier die niemand hem nadoet.

Als u nog niet bekend met het werk van Cixin Liu, begin dan met het boek “Three body problem”. Lees er van tevoren verder niks over en u zult verrast worden…

Praktische boeken om je leven beter te maken

Principles, Ray Dalio. Heb dit boek over het bereiken van doelen opnieuw gelezen en het blijft verbijsterend goed. Ik denk dat ik het volgend jaar weer ga lezen. Let op dat je wel de korte – gratis – online .pdf leest van ~100 pagina’s.

Digital Minimalism, Cal Newport. Dit boek beschrijft hoe we moeten omgaan met social media en de schermen om ons heen. Echt een aanrader voor vrijwel iedereen.

Boeken over ideeën

We Are the Weather, Jonathan Safran Foer. Een boek over de invloed van vlees eten op de wereld en het klimaat, vanuit een persoonlijk perspectief geschreven. De oplossing waarmee hij komt – geen dierlijke producten eten bij ontbijt en lunch – zal niet genoeg zijn, maar het boek zette me wel aan tot denken. Het is verbijsterend hoe groot het aandeel van veeteelt op klimaatverandering echt is: 51% van alle CO2-equivalente uitstoot.

Freeman Dyson, Dreams of Earth and Sky; The Scientist as a Rebel; Disturbing the Universe. Alledrie de boeken zijn collecties van essays, waarvan een groot aantal boekbesprekingen zijn geschreven voor de New York Review of Books. Deze essays van een van de grootste natuurkundigen uit de 20ste eeuw behoren in mijn ogen tot de beste essays ooit geschreven. Over wetenschap, wetenschappers, oorlog voeren, ruimtevaart, vooruitgang, kolonisatie – zijn nieuwsgierigheid is enorm. Daarnaast is het ongelooflijk om te lezen hoeveel hij heeft meegemaakt en wie hij ontmoet heeft in zijn leven – van Robert Oppenheimer tot Richard Feynman.

Ondernemen & autobiografie

Swimming Across, Andy Grove. Geweldig open en eerlijk geschreven autobiografie van de directeur van Intel (en schrijver van het fantastische boek High Output Management). Grove groeit op in het door Nazi’s bezette Boedapest tijdens WO2 en weet te ontsnappen tijdens de communistische bezetting.

The Silent World, Jacques Cousteau. Waanzinnig avontuurlijk, romantisch en spannend boek over het begin van het duiktijdperk. Alle grenzen werden verkend en dat gaat natuurlijk de hele tijd mis.

En … het Boek van het jaar volgens Pepijn Vloemans:

‘80.000 Hours, Ben Todd. Het boek dat me inspireerde om deze nieuwsbrief te starten. Dit boek geeft het perfecte denkkader om – als je dat wil tenminste – je loopbaan zo effectief mogelijk in te zetten voor een betere wereld. Ik wil dit boek eigenlijk de hele tijd aan iedereen cadeau doen.’ En met ‘deze nieuwsbrief’ bedoelt Pepijn zijn eigen, niet de Bicker 🙂