Groene kool?

Wees groen, koop een kolenmijn. En sluit hem vervolgens! Daarmee verminder je de CO2-uitstoot in de toekomst. Klinkt geniaal. Columnist werkt het uit op de achterkant van de envelop. Er staat een kolenmijn te koop in West Virginia voor $7,8 miljoen. Produceert 10.000 ton kolen per maand en heeft een reserve van 8 miljoen ton. Een ton steenkool stoot 2,5 ton CO2 uit. Een ton CO2 afvangen en opslaan kost $100.

Dus in een maand zou de mijn kolen produceren met een uitstoot van 25.000 ton CO2, die $2,5 miljoen zou kosten om op te slaan. De mijn opkopen en sluiten is een goedkope manier van CO2-afvang: in drie maanden heb je de aankoopprijs van $7,8 miljoen er al uit!

‘Als ‘t te mooi klinkt om waar te zijn, is het waarschijnlijk te mooi om waar te zijn.’ Zo ook hier. Lezers wezen er op dat het koopcontract niet eigendom van de mijn verschaft, maar het recht om kolen te delven. En aan dat recht is een plicht verbonden om dat ook daadwerkelijk te doen. Waarom? Omdat de eigenaar van de mijn een percentage van de opbrengst krijgt.

Toch maar iets anders verzinnen.

Vrije markt

Een ‘vrije markt’ werkt alleen als de maatschappij er klaar voor is. Wanneer zijn de burgers er klaar voor? Als ze vertrouwen hebben in de publieke instellingen en juridische waarborgen. Als de meerderheid van de bevolking nog een defensieve instelling heeft, risicomijdend – in de zogeheten ‘Uncertainty Avoidance’ categorie valt -, dan leidt een vrije-markt beleid tot een afname van het gemiddelde inkomen, niet een toename. Studie van twee economen van Tilburg en Radboud, van 67 landen over de periode 1970-2019.

Perpetuum mobile?

De wapenindustrie in de VS is de grootste ter wereld. ‘Het militair-industrieel complex’ zoals Eisenhower dat noemde. Nu de VS zich niet alleen uit Irak maar ook Afghanistan heeft teruggetrokken, zou dat wat minder kunnen. Deze studie waarschuwt dat er veel geld gaat naar deze bedrijfstak, die desondanks lobbiet voor meer, meer, meer. Er zijn altijd nieuwe bedreigingen, zoals China, of Iran, of Rusland. En zou een korting op de begroting van het Pentagon niet ook economische krimp kunnen veroorzaken, als deze bedrijfstak zo groot is? Dat is een argument waar politici gevoelig voor zijn. (tip B. Suringar)

Dat valt wel mee, lijkt het. De helft van de Pentagon-begroting gaat naar leveranciers (vliegtuigen, schepen, munitie, kleding etc). Die begroting was in 2019 ongeveer 3,7% van het BBP. Dus ruwweg 1,8% voor het militair-industrieel complex. Een korting zou geen economische aardverschuiving zijn.

PS: er zijn landen die meer uitgeven aan hun bewapening:

Werk

Rare tijden. In het tweede kwartaal waren er in Nederland voor het eerst sinds het CBS dit meet, meer vacatures dan werklozen. Hetzelfde in de VS; anecdotes in de pers over bedrijven die iedereen ongezien aannemen: ‘Sollicitatie niet nodig.’ Is dit goed nieuws, of zorgelijk? Er is een theorie dat mensen sinds het gedwongen thuisblijven door corona, zich zijn gaan afvragen of de baan – met de monotonie, en de verloren tijd door files – wel het geld waard is. ‘Bedrijven noemen dit een tekort aan arbeidskrachten. Arbeidskrachten zouden dit een ontkiemen van vakbondsmacht kunnen noemen,’ schrijft Joel Suarez, een prof aan CUNY. Hij schreef een essay over de arbeidsmarkt ‘van onderaf,’ zoals hij het zelf noemt. Hij betreurt het verdwijnen van ‘echte banen’ van mensen die dingen maken. De nieuwe banen in software, coding, ontwerp en dergelijke bieden niet de verbondenheid die ‘ouderwetse’ banen boden. Bazen in Silicon Valley zijn al net zo vrekkig en harteloos als de fabriekseigenaren in de 19de eeuw. Ouderwetse banen in de nieuwe economie – schoonmaak, bouw, chaufferen – zijn vaak laagbetaald en bieden weinig uitzicht. Suarez noteert trieste verhalen van mensen die aan twee banen niet voldoende hebben, die hun huis moeten verkopen en hun pensioen opeten.

Al lezende bekroop mij twijfel. Maar veel van die nieuwe banen zijn toch veel leuker? Software schrijven, coderen, marketing vergen creativiteit. Je kunt je er in vinden. Je kunt je er in kwijt. Banen ‘achter de computer’ zijn minder gevaarlijk, verdienen vaak beter, en geven flexibiliteit – als de baas ruimte biedt om ook thuis te werken. Natuurlijk, verliezers zijn er altijd, maar is het echt erger dan ‘vroeger?’

En dan struikel ik opeens over de column Bartleby in The Economist, deze week. ‘Waarom mensen altijd zo somber zijn over werk.’  Openingszin: ‘Zeggen dat de moderne economie geen ‘goede banen’ meer biedt is net zo oncontroversieel als zeggen dat Messi goed kan voetballen.’ Hoe komt dat? Kort samengevat: de klacht was er al in de 19de eeuw; mensen houden niet van de onrust die nu eenmaal onvermijdelijk is bij een markteconomie; en het belangrijkste: mensen hebben moeite om de voor- en de nadelen af te wegen. Minder vakbondsmacht betekent misschien minder hoge lonen; maar wel meer kansen voor jongeren, immigranten en vrouwen. Van zittend werken word je misschien dik; maar het is een stuk minder gevaarlijk dan in een mijn werken. Mensen werken korter, krijgen meer loon en lopen minder risico dan ooit tevoren. En volgens opiniepeiler Gallup waren mensen in de jaren ’60 en ’70 niet gelukkiger in hun werk dan nu; de jaren ’90 bieden hetzelfde beeld. Vorig jaar zei 56% van Amerikaanse werknemers dat ze ‘compleet’ tevreden waren met hun baan, het hoogste percentage ooit.

Groeiers

Opvallend: dit zijn helemaal geen snelle groeiers. Maar dat wisten we wel, de meeste landen in Europa hebben een krimpende of stabiele bevolking dus er is weinig voor nodig om de titel ‘snel’ te ontvangen. Utrecht de enige Nederlandse stad, met 1,1% op plaats 14. Numero uno is in Rusland, Balashikha met 2,01%. Maar de wereldwijde trend van samenklontering in steden vindt ook hier plaats: nu woont driekwart van Europeanen in steden, in 2050 naar verwachting 84%.

Ontwikkeling

Albert O. Hirschman was een Amerikaanse econoom die bestudeerde hoe ‘ontwikkelingslanden’ geholpen konden worden om rijker te worden. Niet om het geld, maar omdat corruptie en inefficiëntie leiden tot politieke instabiliteit, en het risico van dictatuur. Wat hij in 1958 schreef, met het vizier op Latijns-Amerikaanse landen, is nog steeds relevant. ‘In plaats van te kijken naar alomvattende plannen, gebaseerd op heroïsche aannames, zouden ontwikkelingslanden zich moeten concentreren op de onzichtbare processen – ‘verborgen beweegredenen’ – die al in het spel zijn.’ (…) ‘Ontwikkeling gebeurt niet door het ontdekken van de perfecte combinatie van bestaande grondstoffen en de correcte manier van ze te benutten, als wel door het zien van processen, drukmiddelen en prikkels; en de manieren waarop technologie en investering veranderingsprocessen in gang brengen.’

Bespreking van een nieuwe biografie van Hirschman.

De vrije markt

Je hoort de laatste tijd regelmatig ‘kapitalisme heeft z’n beste tijd wel gehad’ en ‘de vrije markt werkt niet’ en ‘het wordt tijd voor een nieuw economisch model’ of zoiets. De vraag is dan altijd: wat dan? Welk systeem is minder slecht dan het huidige? Het is voor de meeste economen geen nieuws dat je ‘de vrije markt’ niet zijn gang moet laten gaan. Econoom Noah Smith herinnert ons er aan dat zijn vakgenoten door de eeuwen heen altijd interventionistisch zijn geweest, te beginnen bij Adam Smith. Van wie meteen vijf citaten:

  1. ‘Onze handelslui en werkgevers mopperen veel over de nadelige gevolgen van hoge lonen, die de prijs van goederen verhoogt en de omzet verlaagt. Ze zeggen niets over de nadelige gevolgen van hoge winsten. Als het gaat over de gevaren van hun eigen winst, dan zwijgen ze.’
  2. ‘Het is niet zo onredelijk te vragen dat de rijken bijdragen aan de samenleving, niet slechts in evenredigheid tot hun inkomsten, maar zelfs iets meer dan dat.’
  3. ‘Geen enkele samenleving kan toch welvarend en gelukkig genoemd worden als de grote meerderheid arm en miserabel is?’
  4. ‘Als er ergens een groot bezit is, dan is daar ook grote ongelijkheid. Voor iedere rijke man moeten er minstens vijfhonderd arme zijn. De rijkdom van de enkeling veronderstelt de behoeftigheid van velen.’
  5. ‘Als mensen uit hetzelfde vak elkaar ontmoeten, al is het maar voor jolijt en vermaak, dan komt het gesprek vroeg of laat, maar bijna altijd, uit op het onderwerp: hoe kunnen we samenspannen tegen het publiek, of hoe kunnen we de prijzen verhogen.’

Smith (Noah, niet Adam) citeert vele andere invloedrijke economen. De school van ‘laissez faire’ en ‘de overheid is uw vijand’ is een relatief nieuwe en nog steeds marginale stroming onder economen, zegt hij. De vraag onder de meerderheid is door de jaren heen: ‘wat is de meeste effectieve manier waarop de overheid/het algemeen belang de nadelige effecten van economische transacties kan beperken?’

Economie

Beantwoord een vragenlijst en uw rode stip verhuist steeds dichter naar de econoom die het dichtst bij uw mening zit. Leuk spelletje.

Sja

Gebruikelijke klinische, economische analyse vanuit de VS: waarom het Europese geklungel met vaccins? ‘Eén reden is de absurde focus op het verminderen van “vaccine-twijfel.” Dus riepen we alsmaar dat vaccins “veilig, veilig, veilig” zijn. Wat we hadden moeten zeggen was: “Deze vaccins slagen voor de kosten-baten analyse (met vlag en wimpel) en zijn veel veiliger dan veel andere medicijnen die mensen nemen voor minder ernstige aandoeningen. Ieder medicijn, ieder vaccin heeft neveneffecten. Compromissen zijn er altijd.”

‘We moeten beleid niet laten bepalen door de meest angstige, risico-averse en wetenschappelijke analfabete medeburgers,’ zegt econoom Tyler Cowen. Door het tussentijdse onderzoek van het Astra Zeneca hebben we de twijfel niet weggenomen, maar vergroot. ‘Mensen kunnen denken: als ze zo lang doen over een onderzoek, terwijl er duizenden mensen per dag doodgaan, dan moet het wel een moeilijke beslissing zijn.’

En nog een fijne: ‘Hoe erg is het? Zo erg dat Paul Krugman en ik het eens zijn. Hij citeert me bijna op wat ik noem ‘progressivisme:’ de diepgewortelde angst dat er misschien, ergens, iemand winst maakt.’

De economie van vaccineren

Waarom duurt vaccineren zo lang? ‘Stel u voor dat u een bedrijf hebt dat een bestelling krijgt voor een miljard vaccins, tegen 40 euro voor ieder prikje. Of u die vaccins nu in een maand levert of er een jaar over doet, uw omzet blijft hetzelfde. 40 miljard. Maar produceren in een maand betekent dat u de capaciteit moet vertwaalfvoudigen. Dat is ontzaglijk duur, en er is geen beloning, dus geen prikkel, om erin te investeren. Dit is de belangrijkste economische reden,’ schrijven economen in de WSJ, hier geciteerd.

Maar de economische waarde van de vaccins is een veelvoud. De economen schatten dat het weer aan het werk krijgen van burgers, en het voorkomen van sterfgevallen en ziekenhuiskosten, 5.800 dollar per persoon oplevert. Investeren in capaciteit is dus economisch een inkopper. Helaas is de beloning niet voor private bedrijven, dus die worden daartoe niet geprikkeld.

Overheden zouden kunnen inspringen met subsidies. Hun inwoners plukken immers de vruchten van grotere productiecapaciteit. Intussen draagt het bedrijfsleven incidenteel bij. Bijvoorbeeld: Merck gaat het vaccin van concurrent Johnson& Johnson produceren. Als de bevolking van de VS eenmaal is geprikt, kan die productiecapaciteit voor de rest van de wereld worden ingezet. De fabriek draait toch al. (volledig artikel in WSJ, achter betaalmuur. Hier.)