Bicker in NRC

Melig

‘Hoe moet ik een potlood slijpen.’ Het camerawerk, de belichting, de montage – allemaal professioneel – en de doodserieuze presentator doen eerst denken aan een plechtige hommage (pleonasme) aan het nobele vak van de potloodslijper. Als dat vak al ooit heeft bestaan. Maar al snel wordt duidelijk dat er een andere agenda is. ‘Om een potlood goed te slijpen heb je niet meer nodig dan een stevige koffer en wat gereedschap, een investering van minder dan 1.000 dollar.’ En daalt het niveau tot bijna-slapstick. Hoewel de potloodslijper nooit een seconde uit zijn rol van dodelijk ernstige vakman valt.

Mongolen

Voor wie het – net als mij – interesseert: recensie in de NY Review van ‘The Horde; How the Mongols Changed the World’ door Marie Favereau.

Juweel

Dit wonderschone huis, onder architectuurfans een icoon bekend als het ‘Stahl House,’ ‘hangt’ boven Los Angeles sinds 1960. Maar het was en is ook een thuis, voor generaties van de familie Stahl. Artikel met familiekiekjes, rondom het huis en het zwembad.

“Life has a practice of living you, if you don’t live it”
— Philip Larkin

Vonnegut

Tekst van een toespraak die Kurt Vonnegut gaf in 1994 aan de afgestudeerden van Syracuse U., getiteld ‘Hoe ik van een schoolmeester leerde wat artiesten doen.’ Fragmentje: ‘Ik verontschuldig mij tegenover jullie dat de planeet zo’n zooitje is. Maar hij is altijd een zooitje geweest. ‘De Goede Oude Tijd’ heeft nooit bestaan. Er was altijd alleen maar De Tijd. Zoals ik tegen mijn kleinkinderen zeg: ‘Kijk mij niet zo aan. Ik ben hier ook nog maar net.’

En nog veel meer moois.

 

Schandaal

‘Dit zou het grootste sportschandaal in de geschiedenis moeten zijn,’ zegt een anonieme bron in deze reportage van Sports Illustrated. Wat? Pitchers in honkbal smeren de bal in met alles wat plakt om de bal meer ‘spin’ te geven en dus moeilijker te raken. Als gevolg daarvan raken de slagmannen minder: de batting average is gedaald tot .236, ‘een historisch dieptepunt’ in de woorden van SI. Zonnebrandolie gemengd met hars, en talloze andere varianten. Het plakt zo hard dat de spelers op de bank kunnen horen als de bal vertrekt van de hand van de pitcher. Iedereen doet het. Het is een publiek geheim. MLB doet er niets aan.

 

Tovenarij

De goocheltruc die zelfs professionele goochelaars versteld doet staan, is nog steeds een raadsel. De ‘uitvinder,’ de Britse pro David Berglas (nu 94), laat ook in dit meest recente interview niets los. De truc is oud: ‘Noem een kaart.’ ‘OK, en waar ligt hij in het pak kaarten?’ En de tovenaar vindt precies de juiste kaart op de juiste plek. Er zijn vele varianten op, maar bij alle uitvoeringen raakt de goochelaar op enig moment het kaartenpak aan. (Of hij heeft een handlanger in het publiek.) Berglas doet dat niet, en niemand snapt hoe hij er toch achter komt waar de kaart zit in het spel. De verslaggever verlaat, na een  demonstratie, verbijsterd het pand.

Vliegende schotels!

De titel van dit stuk, in de altijd übergrondige New Yorker, is: ‘Hoe het Pentagon begon UFO’s serieus te nemen.’ En dat is een goede manier om te beginnen. Want zodra je over ‘vliegende schotels’ begint krijg je al snel een wat lacherige reactie.

Tijdens de Koude Oorlog was de kans altijd aanwezig dat iets merkwaardigs afkomstig was van de Sovjets; en iedere hint dat ‘de vijand’ betere spullen had moest worden onderdrukt. En het volk moest ook niet de indruk krijgen dat er dingen waren die het Amerikaanse leger niet kon verklaren.

UFO’s werden niet alleen in Amerika gezien. Er zijn rapporten uit onder andere Frankrijk, Engeland, België en Chili. In Frankrijk verscheen in 1999 een rapport getekend door 12 gepensioneerde generaals, wetenschappers en ruimte-experts, getiteld: ‘UFO’s en defensie: waarop moeten we ons op voorbereiden?’

Van de honderden waarnemingen zijn er enkele tientallen zo goed gedocumenteerd – meerdere getuigen, elektronische registraties – dat ze niet weggelachen kunnen worden. Ook al zijn ze niet te verklaren.

Uiteindelijk, in 2017, besloten enkele ingewijden, aangemoedigd door een voormalige onderminister van Defensie,  enkele filmpjes aan de New York Times te geven. Dat leverde de reportage op waarin een senator, en enkele van deze ervaren analisten, toegaven dat ze deze verschijnselen niet konden verklaren.

Daaruit bleek ook dat er de afgelopen tientallen jaren altijd wel een kleine groep was geweest, ergens in de krochten van een departement, meestal Defensie,  die de waarnemingen van UFO’s volgde, en documenteerde en archiveerde. Ze konden er alleen niets mee, omdat ze geen antwoord hadden op de onvermijdelijke vraag: “Wat zien we nou?’

Het taboe was doorbroken. Nu de overheid erkent dat er dingen zijn die niet meteen verklaard kunnen worden, sta je niet meer voor gek als je zegt dat je iets raars hebt gezien. De verslaggever besluit met een gesprek dat hij een maand geleden had met een luitenant-kolonel van de Luchtmacht. Die had tien jaar geleden iets onverklaarbaars gezien (geregistreerd door twee sensoren van zijn vliegtuig) maar had het nooit gerapporteerd uit angst dat hij niet meer serieus genomen zou worden. Wat was het? ‘Ongeveer 13 meter lang, het zag er uit als een enorme Tic Tac, en gedroeg zich niet volgens de wetten van de aerodynamica.’