Afkicken

De mens is een gewoontedier en gewoontes zijn moeilijk af te leren. We weten nu ook de neurologische verklaring: terugkerende handelingen worden gecomprimeerd en elders in het brein opgeslagen zodat ze minder ruimte in beslag nemen en makkelijk van de plank gehaald kunnen worden. Een onderzoek concludeert dat 43% van onze handelingen in een dag uit gewoonte zijn. Dus hoe verander je gewoontes? Hoe slagen we er in minder te drinken/eten/nagelbijten/op telefoons te loeren?

Wilskracht is daartegen niet opgewassen. Verandering van omgeving helpt wel. Gedrag is als water dat door een rivier stroomt, is een metafoor: de snelheid waarmee het water stroomt is afhankelijk van de rivierbedding. Wij kunnen gedrag niet veranderen met wilskracht, net zo min als je de stroomrichting kunt veranderen door wilskracht – je moet de omgeving veranderen.

We kennen allemaal de marshmallow test. Kinderen die het snoepje verstopten konden tien minuten de verleiding weerstaan. Kinderen die hem op tafel lieten liggen, zes minuten.

Eet meer groeten en fruit, adverteerde de Amerikaanse kankerstichting vanaf 1991. Na zes jaar kende 39% van Amerikanen de leus. Maar niemand was meer groenten en fruit gaan eten. Eet- en winkelgedrag zijn zeer gewoontegevoelig.

De omgeving veranderen is een manier om de ‘frictie’ te verhogen. Je maakt het expres net een beetje moeilijker om aan iets toe te geven wat je eigenlijk niet wilt doen.

Daarom is de anti-rookcampagne veel succesvoller dan de pro-groentencampagne. Overheden hielpen frictie op te bouwen met rookverboden voor openbare plekken, hogere accijns op sigaretten, en verbod op TV- en radioreclame.