Angsten en feiten

‘Toenemend reisgedrag in de 20ste eeuw heeft meer mensen vaker blootgesteld aan ziekteverwekkers dan ooit tevoren in de geschiedenis. Dat zou kunnen hebben bijgedragen aan de verbluffende toename van de levensverwachting in de loop van die eeuw, van 48 tot 78 jaar. We schrijven dat meestal toe aan betere voeding en betere geneeskunde, maar dat doet geen recht aan de bijdrage van goedgetrainde immuunsystemen over de hele wereld.’ Oftewel: reizen stelt ons vaker bloot aan ziektes, en dat is goed, niet slecht, want het verhoogt de weerstand van onze lichamen.

Dit uit een bespreking van ‘Pandemics: Our Fears and The Facts’ door Sunetra Gupta, epidemioloog aan Oxford (uit 2013). De kern van haar betoog: Computers moet je virusvrij houden, onze lichamen niet. Pathogenen (“ziekteverwekkers,’ in goed Nederlands) zijn iedere dag om ons heen. We bestrijden ze door behandeling; maar het meest effectief is blootstelling aan een milde variant, zodat ons lichaam zich leert te verweren tegen de zwaardere versies. Dat inzicht lag aan de basis van het pokkenvaccin. Het verklaart waarom pluimveefokkers weinig gevoelig waren voor de vogelgriep. Het verklaart misschien ook waarom juist 20-40-jarigen overleden aan de Spaanse griepgolf: de voorgaande 20 jaar waren er geen griepuitbraken geweest. Het zou ook kunnen verklaren waarom Sars-CoV2 in China relatief weinig mensen heeft besmet: de inwoners van dat land hadden in 2003 al de voorganger, Sars-CoV1 doorgemaakt.

Lyrische recensie – door een libertarische econoom die zich wild ergert aan coronamaatregelen, dus houd dat in het achterhoofd.  (tip I. de Kogel)