Corruptie

Het is zo langzamerhand niet meer controversieel te zeggen dat armoede en honger vooral veroorzaakt worden door corruptie. Paul Collier, hoogleraar economie Oxford, bespreekt vijf boeken over corruptie en citeert uit nog een handjevol andere. Lessen uit 17de-eeuws Denemarken, de verschillen tussen buurlanden Tanzania en Kenia, waarom Lee Kuan Yew in Singapore slaagde en Julius Nyerere in Tanzania niet; en hoe het kan dat Chinezen respect hebben voor hun staat, ondanks corrupte overheidsdienaren. Wat werkt? Wetten en instituten helpen niet: Noord- en Zuid-Italië hebben al 150 jaar dezelfde wetten en regels, maar het noorden behoort tot de meest nette gebieden van heel Europa, terwijl Zuid-Italië zo corrupt is als landen in het Zuid-oosten van Europa. Corrupte samenlevingen hebben een eigen moraliteit: ‘ik geef wat, ik krijg wat.’ Om die te vervangen door een andere moraliteit moet het alternatief wel effectief zijn, dus leiden tot hogere welvaart. Dat verklaart voor een groot deel China. Wat is eigenlijk het tegenovergestelde van corruptie? Een mooie term: ‘procedurele onpartijdigheid,’ oftewel transparante regels, waar ambtenaren zich aan houden, die vertrouwen bouwen in de spelregels. Een andere remedie is: een gemotiveerde bureaucratie. Dus wel een elite, maar eentje die niet zijn eigen zakken – en die van familieleden – vult maar heeft begrepen dat zij zelf ook belang hebben bij een goed functionerende staat. Daarvoor is een sterke leider nodig, die zijn boodschap kan overbrengen en ook bereid is om behalve politieke vijanden ook zijn vriendjes in de bak te zetten. Preken door rijke landen helpen ook niet; maar wat wel helpt is transnationale standaarden voor elite-beroepen als rechter of accountant. Een functionaris in een corrupt land die zich houdt aan internationale regels verhoogt zijn status door zich aan te sluiten bij zijn mondiale vakbroeders.