Dromen zijn niet wat Freud dacht

Santiago Ramon y Cajal ergerde zich kapot aan ‘Traumdeutung’ van Sigmund Freud, dat in 1900 uitkwam. Hij vond het allemaal onwetenschappelijke onzin en om tegenbewijs te verzamelen begon hij zijn eigen dromen op te schrijven. Intussen won hij in 1906 de Nobelprijs voor het ontdekken van neuronen en een theorie over synapsen. Hij gaf uiteindelijk het dromenproject op en vlak voor zijn dood in 1934 gaf hij de aantekeningen aan een vriend. Na een omweg kwam uiteindelijk vorig jaar in Spanje een boek uit met 103 van die dromen, en dit jaar in Engelse vertaling. Cajal dacht dat dromen een aaneenschakeling van willekeurige beelden waren, ongefilterd door de prefrontale cortex, die het brein probeert te analyseren.  Misschien dat neuropsychologie hem postuum gelijk geeft. Maar zo ver zijn we nog niet.