Een ander ‘Srebrenica’

Het Zweedse leger heeft sinds de Tweede Wereldoorlog een cultuur waarin bevelhebbers ter plaatse relatief veel vrijheid hebben. Toen een Scandinavische VN-macht onder Zweeds bevel vrede moest bewaren in Bosnië in 1992 – in een gebied naast Srebrenica, waar de Nederlandse VN-macht waakte – werd snel duidelijk wat dat betekende. De Zweedse commandant zei publiekelijk dat hij lijkzakken zou meenemen. Hij droeg zijn mannen op om allemaal hun testament te schrijven, vóór vertrek. Hij bestelde zwaar bewapende en gepantserde voertuigen, tanks, en zelfs anti-tank raketten, tot consternatie van de Zweedse politiek. In de eerste weken werd ‘Nordbat 2’ omsingeld door een overmacht aan Kroaten, die uitlevering van drie Moslimvrouwen eiste. Commandant weigerde, zijn eenheid ontving een bombardement en hield staande tot de Kroaten afdropen. Toen een Deense tank-eenheid door Serviërs in een hinderlaag werd gelokt en beschoten, schoten de Leopard tanks twee keer zo hard terug net zo lang tot de Serviërs compleet waren uitgeschakeld. Commandant Ulf Henricsson gaf opdracht om vuur met vuur te beantwoorden, ook als dat uitdrukkelijk was verboden door de Zweedse opdrachtgevers, en dat leverde zijn eenheid de bijnaam ‘Shootbat’ op.

‘Dutchbat’ in Srebrenica en Nordbat 2 hadden dezelfde bazen. Onwetende, weifelachtige, dubbelzinnige politici als broodheren. Dutchbat liet zich ‘micromanagen’ en ging confrontatie uit de weg; Nordbat 2 gedroeg zich als een stelletje vrijbuiters en verkreeg respect van de Serviërs, Kroaten en Bosniërs, zegt de – Zweedse – auteur van deze analyse. De Nordbat soldaten kregen bij thuiskomst een heldenontvangst; van Dutchbat weten we hoe het is afgelopen.