Een onbeleefd voorstel

Grote musea kunnen maar 10% van hun collecties ten toon stellen; de rest staat in de kelder. Dit is een kolossale verspilling van activa die indruist tegen zelfs het bestaansrecht van musea: namelijk, het toegankelijk maken van schoonheid aan ‘het publiek.’ Pleidooi voor het activeren van die keldercollecties. Geef kunst te leen aan kleinere regionale musea, zodat meer kunst zichtbaar word; verkoop een klein deel aan verzamelaars. Geen enkel museum zet de waarde van zijn kunstcollectie op zijn balans, zegt schrijver Michael O’Hare. Dat zou heilzaam zijn. Hij neemt een voorbeeld: hij schat de waarde van de collectie van het Art Institute of Chicago op $26 tot $43 miljard.  Dat is dus niet het grootste of bijzonderste museum van de VS. Als het AIC 1% van zijn collectie uit de kelder zou verkopen, zou dat voldoende zijn om tot in de eeuwigheid bezoekers gratis toegang te geven. Toen het British Museum de toegang gratis maakte in 2001, verdubbelde het aantal bezoekers.Wordt het te druk, zoals in de Uffizi in Florence? Als het AIC nog eens 1% verkoopt zou het kunnen bijbouwen en de ruimte met 30% vergroten. Meer muren om kunst aan te hangen, bovendien. Nog eens 1% en de staf kan worden uitgebreid. Dan heeft het museum nog steeds 97% van zijn verzameling.  Etc. 7.600 woorden met nuchtere adviezen en ongemakkelijke vragen van een economisch onderlegde kunstliefhebber.