Een rekensommetje

Met de voortreffelijke datajournalistiek van de Volkskrant bij de hand kunnen we het volgende constateren. Tot en met vorige week werden 30.000 mensen per dag gevaccineerd. Deze week wordt dat 60.000 per dag, zegt minister De Jonge. Volgende week 86.000, een verdrievoudiging. Zegt De Jonge. (Maar dat zijn verwachtingen; het harde, empirische cijfer is: 30.000.) Dan zitten we in april, en hebben we nog twee maanden om de doelstelling van deze zelfde De Jonge te halen: 11 miljoen prikken totaal per ‘begin juni,’ waarvan de laatste 8 miljoen in twee maanden moet worden gezet. Uitgaande van 45 werkdagen is dat 181.000 per dag; als we zeven dagen per week vaccineren, 133.000 per dag. Dus minimaal een verviervoudiging ten opzichte van vorige week, misschien een verzesvoudiging.

Anders gezegd: we hebben in de afgelopen 2,5 maand iets meer dan twee miljoen vaccinaties toegediend. De komende 2,5 maand moeten dat er 8 miljoen worden.

Een verpleegkundige met een acht-urige werkdag kan misschien 12 mensen per uur injecteren? Dat is ruwweg 100 per persoon per dag. Dus we hebben in mei en juni 1.300 of 1.800 ‘prikkers’ nodig. Niemand mag zich ziek melden. De productie en distributie moeten dit tempo aankunnen.