‘Er mist iets’

“(…) Maar er zijn fouten die wel pijn doen, ook omdat ze, als niemand een hand uitsteekt, de overhand dreigen te krijgen. Ook een politiefunctionaris heeft gevoelens.
De oogst van deze eeuw tot nu toe is niet mals. Laten we beginnen met het wezenloze oprukken van het wederkerend voornaamwoord. Ik besef me steeds vaker dat ik me daar enorm aan erger of wat je vaak hoort: dat ik me daar enorm aan irriteer. Men kan hier tegenwerpen dat taal een levend organisme is waarvan elke mutatie moet worden omarmd. Dat is de opvatting van mensen die bang zijn voor een frik te worden versleten. Ik zeg: een contaminatie is een contaminatie, een domme fout is een domme fout, ook als hij massaal wordt gemaakt. Het nadeel is dat je dan een lamme hand krijgt van het bonnen uitdelen.”

Als u dit grappig vindt, lees dan hieronder de hele column of ga direct naar de website van Bob Frommé, pseudoniem van Jos Bloemkolk, één van de beste korte-baan-schrijvers van Nederland. Meestal goed voor een gniffel, vaak voor een bulderlach. Daar ook – graties – de selectie van zijn columns uit het Parool onder de titel ‘Er kan een enkele harde tussen zitten.’

“De prachtvolle gloed dezer eeuw gloeit zo prachtvol niet als ik in functie ben. Ik geef een voorbeeld. Ik ben bij de bakker en zie in de vitrine het opschrift ‘sausijzenbroodjes 1,20’. Als ik mijn bestelling heb geplaatst, zeg ik tegen de vrouw achter de toonbank: “Lieve mevrouw, u weet dat niet, maar ik ben van de taalpolitie. Er staat een fout in dat opschrift daar. Die tweede –s moet echt een –c zijn. Ik zeg dat uiteraard om u te helpen, want zo jaagt u uw klanten weg. En ik denk niet dat u dat wilt.” Zo ga ik weldoend rond.
De ongerechtigheid in die bakkerszaak is onschuldig en zal geen navolging krijgen. Zij doet geen pijn. Maar er zijn fouten die wel pijn doen, ook omdat ze, als niemand een hand uitsteekt, de overhand dreigen te krijgen. Ook een politiefunctionaris heeft gevoelens.
De oogst van deze eeuw tot nu toe is niet mals. Laten we beginnen met het wezenloze oprukken van het wederkerend voornaamwoord. Ik besef me steeds vaker dat ik me daar enorm aan erger of wat je vaak hoort: dat ik me daar enorm aan irriteer. Men kan hier tegenwerpen dat taal een levend organisme is waarvan elke mutatie moet worden omarmd. Dat is de opvatting van mensen die bang zijn voor een frik te worden versleten. Ik zeg: een contaminatie is een contaminatie, een domme fout is een domme fout, ook als hij massaal wordt gemaakt. Het nadeel is dat je dan een lamme hand krijgt van het bonnen uitdelen.
Wat natuurlijk ook steeds verder oprukt in deze mooie nieuwe century: het als Nederlands vermomde Engels. Voorbeeldje uit 2001: Zij maakt het verschil van de Poema’s (kuttekst, overigens). Nog een geluk dat ze niet zongen dat zij de differens meekte. In dezelfde categorie past de gewaarwording dat er iets mist. Als iemand dat zegt, is het aanbevelenswaardig naar buiten te kijken en te vragen: “Waar dan?”
De helft van de mensheid krijgt te maken met de overgang. Wie staan aan de vooravond daarvan? Vrouwen over veertig. Ja, vrouwen over veertig. Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, eer het midden van deze eeuw is bereikt, zal dit gewoon zijn. Laten we ons bedroefd neerzetten bij het gesloopte hekje, terwijl overal de hashtag rondzoemt.
Tot slot vermeld ik het raadselachtige, massale verdwijnen van de voltooid verleden tijd nanadat. ‘Nadat ik dat hoorde’ in plaats van ‘nadat ik dat had gehoord’. Iedere Journaallezer doet daaraan mee. Als ik dat hoor, besef ik me: hier mist iets.
Alle genoemde fouten zijn verklaarbaar. Deze niet.”