Hoe het brein werkt

‘Lees dit boek niet niet voor het slapengaan. Niet dat het eng is. Maar het is zo opwindend, zo inspirerend, dat je hersenen gaan malen en je wilt opstaan om het met iemand te bespreken,’ zegt Richard Dawkins (u weet wel, ‘The Selfish Gene,’ ‘The God Delusion’). Dat is de opening van zijn voorwoord in ‘A Thousand Brains – A new theory of intelligence,’ door Jeff Hawkins.

Kent u dat gevoel? Dat nieuwe kennis opwindend is? Dat je bij iedere passage denkt ‘Ja! Dat snap ik! Goh, en nu?’ Dat overkomt mij bij het lezen van dit nieuwe boek (maart 2021). Voor het eerst snap ik synapsen, cellen, dendrieten, axonen, neuronen. Ik ben nog maar op een vijfde, maar ik wil mijn enthousiasme nu al met u delen – net als Dawkins voorspelde. Dit is inderdaad geen boekje voor het slapengaan. Dit moet je rechtop zittend aan je bureau lezen, langzaam, met een potlood bij de hand. Zeker als je een hopeloze ongereconstrueerde alfa bent, zoals De Bicker.

Maar het is tot nu toe geweldig. Die Hawkins kan schrijven. En hij verstaat de kunst om wetenschap begrijpelijk te maken. Wat een bijzondere man. Mede-oprichter van Palm computers – de eerste handcomputers. Toen hij de boel had verkocht wijdde hij zich aan zijn oude droom: proberen te doorgronden hoe het brein werkt. Als ik het uit heb kom ik bij u terug.

Uiteindelijk gaat het over de vraag: hoe werkt dat nou, dat brein van ons? En dat laat zich moeilijk samenvatten. In plaats daarvan een paar krenten. De neocortex is gegroeid om de oudere gedeelten van onze hersenen. Neocortex is intelligentie, die oudere stukken brein sturen onze essentiële overlevingshandelingen. ‘De twee organen zijn niet geheel separaat. Het zijn een soort kamergenoten, met hun eigen agenda’s en persoonlijkheden, die toch moeten samenwerken om iets gedaan te krijgen.’

De neocortex is een ‘verwachtingenmachine.’ Dit uitleggen zou te veel ruimte vergen. Beschouw het als een teaser.

‘De Kunstmatige Intelligentie van nu is niet intelligent. (…) Maar zal één van de meest verrijkende uitvindingen zijn die we ooit zullen maken.’

In de uitlui schrijft Hawkins: ik droom graag over het heelal. Honderden miljarden sterrenstelsels. Honderden miljarden sterren in ieder sterrenstelsel. Ontelbare planeten. Dit alles beweegt zich al miljarden jaren rond, in die oneindige ruimte. ‘Waar ik versteld van sta is dit: het enige ding in dat heelal dat dit allemaal weet – het enige ding dat weet dat het heelal bestaat – is onze hersenen. Als er geen hersens waren, dan zou niets weten dat iets bestaat.’

Bij elke bladzijde denk ik: hoe is dit in godsvredesnaam mogelijk? Wie heeft deze krankzinnig ingewikkelde machine ontworpen en gebouwd? Intussen, dank aan Hans-Poul Veldhuyzen van Zanten die mij tipte na het lezen van een eerdere Bicker.