Hoor en wederhoor

De website van Maurice de Hond schrijft op 9 december onder de kop ‘Goocheltrucs van Aura Timen (RIVM) verklapt’: ‘Tot juni werd de reproductiefactor bepaald op basis van de toe- of afname van de ziekenhuisopnames. Maar dat gebeurt sinds juni op basis van het aantal positieve testuitslagen. En oh zo slim: daarbij wordt niet gecorrigeerd op het aantal uitgevoerde testen.  Dus als er een duidelijke toename is van het aantal testen en -zelfs als het percentage positieven gelijk is- het aantal positieve testen toeneemt, dan neemt de reproductiefactor toe.  In de tweede week van juni werden er 60.000 testen uitgevoerd, de afgelopen week meer dan 5 keer zoveel. Maar als je met die stijging geen rekening houdt, dan kan je natuurlijk doen alsof de reproductiefactor sterker is gestegen dan in de werkelijkheid gebeurd is!’

Dit lijkt al op het eerste gezicht een onhoudbare stelling. Immers: het RIVM vergelijkt niet het absolute aantal positieve gevallen in november met het aantal gevallen in mei; maar de verhouding tussen ziekenhuisopnames op dag x met ziekenhuisopnames op dag x-5. Dus telkens een vergelijking binnen een periode van een week. De vergelijking schuift mee met de toe- of afname van de hoeveelheid tests.

Ik heb afgelopen vrijdag een mailwisseling gehad met het RIVM. Daar bleven nog wat vragen open. Gisteren, dinsdag, kwamen aanvullende antwoorden van Jacco Wallinga, modelleur van het RIVM. Hij schrijft in antwoord op mijn vragen  (vet gedrukt door mij MBC):

‘In het blog wordt gesuggereerd dat het reproductiegetal wordt berekend op basis van het aantal positieve testen op een dag gedeeld door het aantal positieve testen op vier dagen eerder, dat is niet correct. Als dat wel zo was dan waren de fluctuaties groter; we berekenen het dus op basis van aantal meldingen naar eerste ziektedag en dat is net iets anders. De berekening van R is bij benadering de breuk: aantal meldingen met eerste ziektedag 5, gedeeld door het aantal meldingen met eerste ziektedag 1.

Verder schrijft De Hond: ‘De reproductiefactor wordt berekend door het aantal positief getesten te delen door het aantal dat 4 dagen ervoor is getest. Nu blijkt het zo te zijn dat op maandagen en dinsdagen duidelijk meer mensen worden getest dan op donderdag of vrijdag. Als je de cijfers van maandag deelt door die van 4 dagen eerder en dat is donderdag  en die van dinsdag deelt door die van 4 dagen eerder en dat is vrijdag, krijg je een hogere reproductiefactor dan als je het cijfer van vrijdag zou delen door die van (vier dagen eerder) maandag.’ 

Wallinga beaamt dit, deels: ‘Het aantal meldingen naar eerste ziektedag heeft een wekelijks patroon in het reproductiegetal, met de meeste meldingen op een maandag. Dat geeft kleine wekelijkse fluctuaties.’  Maar hij betwist dus de meetmethode: het zijn niet positieve testen die worden vergeleken, maar meldingen naar eerste ziektedag. Zie boven.

MdH schrijft ook:  ‘Als Aura gewoon net zoals in het voorjaar de reproductiefactor op basis van de ziekenhuisopnames had berekend, dan had die in de maand november rond de 0,9 gelegen.’

Wallinga’s repliek: ‘De waarde van het meest aannemelijke reproductiegetal op basis van deze ziekenhuisgegevens is iets lager dan het reproductiegetal dat wordt berekend op basis van meldingen, maar de waarde van 0,9 die in het blog wordt gesuggereerd is niet correct. Als dat wel 0,9 was dan zou het aantal ziekenhuisopnames sneller dalen dan wat we nu zien.’

Complete mailwisseling op aanvraag.