Inflatie

Het aantal ‘undergraduate’ (oftewel ‘bachelors’ of ‘kandidaats’) studenten in Engeland is sinds 1990 vervijfvoudigd. En hun niveau is ook spectaculair toegenomen: het percentage dat afstudeerde met een 8 of 9 verviervoudigde tussen 1994 en 2019. Er zijn bijna 10x zo veel ‘Masters.’

Een mirakel? Is de Engelse jeugd collectief veel slimmer geworden? Nee. Een studie in 2007 concludeerde dat studenten die vieren en vijven kregen in de jaren ’80, in de mid-2000 jaren zessen en zevens zouden hebben gekregen. Internationaal vergeleken waren ze niet slimmer geworden, en dat is nog steeds niet het geval.

De afgestudeerden zijn ook niet indrukwekkend: in 2016 zei de OESO dat de Engelse studenten in het onderste 33% procent scoorden op basisvaardigheden, onder 23 OESO-landen. Engeland is het enige landen in de OESO waar 16- tot 24-jarigen net zo slecht scoren als 55-tot 65-jarigen in lezen en rekenen.

Cijferinflatie, dus. Waar komt die vandaan? Perverse prikkels voor universiteiten. De vergelijkende tabellen die in 1993 werden geïntroduceerd kijken naar gemiddelde eindcijfers. Dus – geef hogere cijfers. Ander criterium is: hoe snel krijgen de afgestudeerden een goede baan? Maar werkgevers kijken naar cijferlijsten. Dus – geef hogere cijfers. Studiebeurzen gaat sinds 2011 niet langer naar de universiteiten maar naar studenten, die weer de ‘league tables’ bestuderen. Studenten bepalen of een universiteit groeit of niet. Niet langer de professoren.

Intussen werden universiteiten aangespoord om meer origineel onderzoek te doen. Dat werd beloond op een andere tabel. Maar – goed onderwijs werd niet gescoord. Dus geld ging van lesgeven naar research. Dit en meer in een onthutsend verslag over Brits hoger onderwijs. (tip L. Cleyndert)