Marx of niet?

Het nieuwe boek van econoom Thomas Piketty telt meer dan 1.000 bladzijden. Dat is op zich geen bezwaar, zegt Paul Krugman in een recensie. Maar Piketty gebruikt al die pagina’s om van alles te bespreken. Het resultaat: te weinig focus, en minder geloofwaardigheid. Want is Piketty echt zo knap dat hij verstand heeft van corporate governance in Zweden, en van de geschiedenis van slavernij, en van de rol van Brahmins in het Hindoe koninkrijk Puddukkottai?

Krugman zegt: Piketty zet Marx op zijn kop. De humeurige 19de-eeuwse Duitser zag ongelijkheid als een onvermijdelijk, bijna mechanisch resultaat van technologie en productiemethoden. Piketty stelt: ongelijkheid ontstaat door politiek. En de verrechtsing, of Thatcherisme, of ‘marktdenken,’ of hoe u het noemen wilt – is vooral de schuld van de linkse democratische partijen, die steeds meer werden gedomineerd door hoog opgeleiden, en geleidelijk het lot van de minder bevoorrechte klassen uit het oog verloren.

En – tadaa – daar is The Economist: ‘A modern Marx,’ zegt de kop boven de recensie.  Wat nu?

‘In 1867 zei Marx: ‘Het essentiële verschil tussen … een samenleving die is gebaseerd op slavenarbeid en een die is gebaseerd op loonarbeid, ligt alleen in de manier waarop de waarde uit arbeid wordt gehaald.’ Oftewel: kapitalisme is net zo uitbuitend en immoreel als feodalisme en slavernij, maar verhult dat beter. Piketty, duizend jaar wereldgeschiedenis overziend, komt tot een frappant identieke conclusie.’

Krugman lijkt me iets te veel gericht op een technisch debat: of ongelijkheid nu ontstaat door technologie of door ideologie, het verandert niets aan Piketty’s recept: pluk de rijken, geef meer macht aan de arbeiders en aan de staat.

The Economist noemt dat ‘millennial socialisme’ en is het – niet verrassend – oneens met Piketty’s recept. Vakbonden kunnen de macht grijpen die voor de werkenden was bedoeld; een rijke overheid kan net zo goed geld verkwisten als een miljardair, zegt het blad.