Romeins Rijk

Bespreking van drie boeken over het Romeinse Rijk, China en Karel de Grote. Het Romeinse Rijk ging niet ten onder door vandalen en barbaren uit het noorden, maar door burgeroorlogen geleid door generaals en concurrerende keizers. De val van Rome was geen drama, integendeel, ‘het beste wat Rome voor ons kon doen.’ In de eeuwen na 500 was de lappendeken van graafschappen, hertogdommen, stad-steden etcetera het toneel van voortdurende en bloedige oorlogen inderdaad; maar die permanente staat van competitie voedde ook innovatie, democratie en financiële netwerken. En maakte westelijk Europa onmogelijk om veroverd te worden door buitenstaanders, zoals de Mongolen. De macht was te verbrokkeld. De interessante vraag is: waarom kwam er na Rome geen nieuw keizerrijk? China had opeenvolgende dynastieën en bleef grotendeels hetzelfde gebied onder centraal bestuur. De gehoorzaamheid, de onderdanigheid van Chinese burgers maakte centraal gezag mogelijk maar was ook ‘touw voor de inbreker:’ in China konden de Mongolen met één veldslag de heerschappij van noordelijk China overnemen.

Die biografie van Karel de Grote hangt er een beetje bij, maar hij was wel de eerste die een poging deed een opvolger van het Romeinse Rijk te creëren. Met beperkt en tijdelijk succes.