Superintelligentie

‘Wie bang is dat de mensheid zal worden geknecht door superintelligente computers die zichzelf steeds slimmer maken, begrijpt niet hoe intelligentie werkt. Iets als ‘algemene intelligentie’ bestaat niet. (…) Als intelligentie een probleemoplossend algoritme is, dan kan het alleen begrepen worden in relatie tot een specifiek probleem. De intelligentie van AI’s die we nu bouwen is hypergespecialiseerd in zeer beperkte taken. Go spelen, of plaatjes classificeren in 10.000 categorieën. De intelligentie van een octopus is gespecialiseerd in het probleem van ‘een octopus zijn.’ De intelligentie van een mens is gespecialiseerd in het probleem van ‘een mens zijn.’ Wat zou er gebeuren als we een spiksplinternieuw mensenbrein in het lichaam van een octopus zouden zetten en dat zouden laten leven op de bodem van de oceaan? Zou het brein ooit leren acht armen te bedienen? Zou het beest langer dan een paar dagen overleven? (…) Cognitieve ontwikkeling in mensen en beesten wordt gedreven door ‘hard-coded’ ingebouwde dynamiek.’ En intelligentie wordt ook gedreven door onze omgeving. Kinderen die in de wildernis worden achtergelaten worden effectieve jagers maar leren niet praten of handelen als mensen als ze belanden in een mensenomgeving. De meeste geniale mensen – met een IQ van 150 of meer  – leiden banale levens als politieagent, matroos of bibliothecaris. ‘IQ is situationeel. Uw brein is onderdeel van een systeem dat bestaat uit uw lichaam, uw omgeving, andere mensen en cultuur in het algemeen.’ Van François Chollet, AI-onderzoeker bij Google.