Tegen empathie

Empathie is een slechte raadsman voor sociaal beleid. Want biased (vooringenomen). We hebben meer empathie voor mooie mensen en mensen die er uit zien als wijzelf, of dezelfde ethnische achtergrond hebben. Empathie is ook smal – we maken contact met individuen maar veel minder met cijfers en cijfermatige onderscheidingen. Zelfs Moeder Teresa zei: ‘Als ik naar de massa kijk dan zou ik niets doen. Als ik naar een mens kijk, wel.’ Zonder empathie zijn we beter in staat om klimaatverandering te adresseren. Mensen in het hier en nu hebben er geen last van, er zijn alleen abstracte consequenties in de verre toekomst. Dus we moeten onze empathie overwinnen en het welzijn van onze medemensen nu offeren aan dat van toekomstige aardbewoners.

Maar op individueel niveau dan? Dan is empathie toch zeker goed? Ook niet. Mensen die hoog scoren op empathie hebben vaker asymmetrische relaties, waarbij zij mensen steunen maar zelf niets ontvangen. Ze hebben ook vaker depressies en angstaanvallen. Compassie is goed, empathie kun je aan onderdoor gaan.

Empathie kan veel goed doen. Maar ook slecht. Net als boosheid en woede. Het beste, concludeert professor Paul Bloom, is empathie te beschouwen als woede: ‘Als we boosheid een plek konden geven,  dan zouden we een betere wereld hebben. Zo moeten we ook denken over empathie.’ (tip van Robert Webster)