Walvispraat

Meesterlijk essay waarin schrijver ons laat zien hoe veel wij missen door walvissen (en als je doordenkt, alle dieren) gewoon te beschouwen als beesten die nooit hun mond opendoen. Door zijn werkdag te vergelijken met de werkdag van acht orka’s die rondreizen tussen West Schotland en Noorwegen. Samen, dus voortdurend kletsend. Hun taal, echolocatie, is zo veel rijker in allerlei opzichten dan de onze. ‘De geluiden van orka’s hebben een spectrum dat minstens tien keer groter is dan wat je ooit in La Scala zult horen.’

‘Als taal niet meer is dan het doorgeven van informatie, dan staat één walvis gelijk aan een stuk van het internet. Eén geluidsfragment kan net zo veel informatie bevatten als een complete speelfilm, compleet met geluidsband, emotionele kleuring en choreografie. Om iedere 1/100ste van een seconde een film te kunnen verwerken heb je flink wat verwerkingscapaciteit nodig. Dat hebben orka’s. Hun hersenen zijn kolossaal.’