Wat te doen met Rusland

Opvallend veel artikelen in Nederlandse en andere pers over de vraag: wat hebben wij fout gedaan, zijn wij naïef, is Vladimir slim, zijn deze sancties goed, hoe kwetsbaar is Rusland voor economische sancties – maar opvallend weinig over de echte vraag, namelijk: hoe reageren we als Rusland het volgende land binnenvalt. Want dat gaat gebeuren. Na Georgië hadden we gewaarschuwd moeten zijn, en toch stonden we met de mond vol tanden. Lees Wierd Duk er op na (in de ‘overlees’), en andere cynische oude Sovjet-krijgers: Poetin appelleert aan iets dieps in de Russische ziel, verongelijktheid. Hij heeft waardering van 80% van de bevolking. Economische sancties maken geen enkele indruk op een dictator want hij heeft er geen last van en kan ze integendeel gebruiken om ‘Het Westen’ de boeman te maken. (Erdogan won toch de verkiezingen afgelopen weekend?) Dus. Wat gaan we doen. Is het een oorlog waard? En zo niet, wat dan wel?

Welkom in Vladimirs wereld – Door Wierd Duk

Tussen de vele Russen die verheugd reageerden op het bericht dat hun president, Vladimir Poetin, in een zucht en een vloek de Krim annexeerde, bevond zich een Moskouse politicoloog met een duister verleden. ‘Dit is het moment van de waarheid,’ schreef Aleksandr Doegin in de Komsomolskaja Pravda. ‘De strijd om een nieuwe wereldorde is begonnen. Als Poetin slaagt, komt aan de Amerikaanse hegemonie definitief een einde.’

De afgelopen jaren uitte Doegin, ideoloog van het ‘neo-Eurazianisme’, regelmatig kritiek op de Russische leiding. Poetin was te weinig ‘anti-westers’, zei Doegin, wiens denkbeelden grote invloed uitoefenen op de politieke en militaire elite in Rusland en op de top van de veiligheidsdiensten. Dat is slecht, vindt hij, want Russen zijn ‘van nature’ anti-westers en een leider die de gunst van het volk zoekt dient daar rekening mee te houden.

Inmiddels, met de crisis rond de Krim, staat de eigengereide consigliere van het Kremlin weer pal achter zijn president. ‘Dit is een historische test. Nog een stap en Poetin is de nieuwe leider van de wereld.’

Wie had deze confrontatie zien aankomen? Het Westen niet. Westerse leiders, van wie je zou vermoeden dat zij zijn gebriefd over de intenties van het Kremlin, staan met hun mond vol tanden nu Poetin een grens trekt: tot hier en niet verder. Bondskanselier Angela Merkel ontgaat elke logica in de acties en de uitspraken van de Russische president. ‘Hij is losgeraakt van de werkelijkheid,’ concludeerde Merkel, na haar laatste telefoontje met Poetin.

Je kunt het ook anders zien: Vladimir Poetin en zijn coterie leven in hun eigen werkelijkheid. Die is heel anders dan die van hun westerse collega’s, maar niet minder waar. Ze is voor een groot deel gevormd door de herinneringen aan de Sovjet-Unie, door de traumatische, vernederende ervaringen uit de eerste jaren van het postcommunisme en door hun afkeer van het Westen.

Destijds, in de jaren ’90, toen Rusland uitgeput op haar rug lag, de Russische staat nagenoeg had opgehouden te functioneren, tientallen miljoenen mensen door hyperinflatie hun bestaanszekerheid verloren, er in de periferie burgeroorlogen uitbraken en de maffia de straten van de grote steden onveilig maakte, keerde Vladimir Poetin, na een verblijf als KGB-spion in Dresden, terug naar Leningrad. Hij werd er rechterhand van burgemeester Anatoli Sobtsjak, Poetins oude leermeester aan de rechtenfaculteit.

Aleksandr Doegin was in die tijd niet meer dan een obscure denker, verdwaald tussen een Russische vorm van nationaal-socialisme (‘nationaal-bolsjewisme’) en pogingen om aan het communisme een nieuwe vorm van geloofwaardigheid te leveren. Maar vooral was hij uit op wraak.

Doegin wilde vergelding voor wat het Westen in zijn ogen Rusland had aangedaan. Wat in Europa en de Verenigde Staten werd gevierd als een triomf – van de liberale democratie en de vrije markt op de dictatuur van de communistische eenheidsstaat – was voor hem en tientallen miljoenen andere Sovjet-burgers een ramp. Hun verleden was een leugen gebleken, het heden was een permanente strijd om te overleven en aan de toekomst dachten ze liever niet. De Russische staat stuiterde van de ene crisis naar de andere, onder leiding van een zieke en alcoholische president, Boris Jeltsin, die Rusland voor het oog van de wereld met z’n bizarre dronken uitbarstingen belachelijk maakte.

In Leningrad, de tweede stad van het land, waren levensmiddelen, sigaretten en wodka op de bon. De sfeer was explosief, een volksopstand dreigde. Vladimir Poetin keek naar de chaos en concludeerde: ‘De ineenstorting van de Sovjet-Unie is de grootste catastrofe van de 20e eeuw.’ De voormalige KGB’er had destijds nog geen idee dat hij ooit de nieuwe heerser in het Kremlin  zou worden. Maar net als Aleksandr Doegin en zoveel anderen zon hij op revanche.

Nu, een kwart eeuw later, doceert Doegin, die oogt als een kruising tussen Raspoetin en de al even conservatieve dissident-schrijver Aleksandr Solzjenitsyn, aan de Moskouse Staatsuniversiteit. De theoreticus, die pocht op zijn contacten met het Kremlin, is niet van de opiniepagina’s en uit de talkshows weg te slaan.

Vladimir Poetin intussen zit al veertien jaar vast in het zadel. Hij stabiliseerde de Russische economie, werkte zijn tegenstanders uit de weg, schiep met harde hand orde, vestigde een autoritair ‘verticaal’ machtssysteem en gebruikte de rest van z’n tijd om de revanche van Rusland op het Westen voor te bereiden. Dat moment is nu gekomen. Na eerdere schermutselingen in 2008 in Georgië speelt de eerste slag zich af op de Krim.

Anders dan veel waarnemers menen, zijn Poetins acties niet een impulsieve reactie op de revolutie in Kiev. Ze passen in een uitgewerkt plan: het herstel van Ruslands invloed binnen de voormalige Sovjet-ruimte. De oprichting van een Euraziatische Unie, een soort Sovjet-Unie light, staat er in centraal. En voor de grote, strategisch belangrijke Oekraïne is een vitale rol weggelegd.

Voor Poetin en diens souffleurs, onder wie de kleurrijke spindoctor Vladislav Soerkov, gaat het om veel meer dan alleen geopolitieke invloed. We staan, als we het Kremlin mogen geloven, aan het begin van een heuse clash tussen beschavingen. Moskou heeft in die opvatting een unieke, spirituele, zelfs messianistische opdracht. Rusland geldt als hoeder van traditioneel-conservatieve waarden, als de beschermheer van de orthodox-Slavische wereld en als de natuurlijke leider van de volkeren die zich binnen de grenzen van het door Rusland gedomineerde ‘Euraziatische Rijk’ bevinden.

Rusland is bovendien verwikkeld in een permanent conflict met het decadente, secularistische en materialistische Westen, dat met z’n cosmopolitische cultuur de ziel van de Russische samenleving bedreigt. Kijk dan hoe de door het Westen gesteunde meidenpunkband Pussy Riot de Christus Verlosser-kathedraal in Moskou ontheiligt. Luister hoe westerse leiders de openlijke beleving van homoseksualiteit tegenover Poetin als prominent mensenrecht verdedigen. Het zijn in de ogen van nationalistische, slavofiele Russen stuk voor stuk bewijzen van de westerse morele inferioriteit.

De steeds verder degenererende Verenigde Staten zijn in dit wereldbeeld het Evil Empire. De huidige Russische machthebbers kunnen het niet voor niks goed vinden met die andere Amerika-haters, de ayatollah’s in Iran.

Behalve op de teksten van neo-Eurazianisten als Doegin, baseren Poetin en diens entourage zich op conservatieve Russische filosofen uit het begin van de 20e eeuw. In het Westen dacht men dat de werken van Vladimir Solovjov, Nikolaj Berdjajev en, bovenal, de religieus-politieke denker Ivan Iljin verstoffen in bibliotheken. Maar voor de huidige Russische machtselite vormen hun ideeën levende inspiratie. Nog deze winter gaf Poetin zijn regionale gouverneurs opdracht om hun boeken te bestuderen.

Poetin citeert met name Iljin, die schreef over het ‘zwakke, beschadigde zelfrespect van Rusland’, regelmatig. In 2005 zorgde hij er persoonlijk voor dat de overblijfselen van de filosoof, die in 1922 door Lenin in gezelschap van tientallen andere intellectuelen met het zogenoemde ‘filosofenschip’ de Sovjet-Unie was uitgezet, werden herbegraven in het Donskoj-klooster in Moskou. Poetin betaalde zelf voor een mooie grafzerk.

Dat evenement wierp een onvermoede schaduw vooruit naar de huidige gebeurtenissen op de Krim. Destijds zei Poetin ‘de gedachte aan een scheiding van Rusland en Oekraïne misdadig’ te vinden.

Jeren later dreigen de revolutionairen van de Maidan roet in het eten te gooien. In Poetins ogen zijn die Oekraïense opstandelingen niet meer dan marionetten van NAVO en EU – organisaties waar zij zich immers zo graag bij willen aansluiten – betaald door het Westen en erop uit om het Russische Moederland te destabiliseren.

Niet de ‘fascisten’ op een plein in Kiev trekken de grenzen van het Russische Rijk, redeneert een getergde Poetin. Dat doet degene aan de top van de ‘verticale autoritaire macht’ in Moskou: de heerser van het Kremlin. Hij dus.

Poetin greep in. Het Westen – onvoorbereid – staat erbij, kijkt ernaar en is geheel ontregeld. Obama, Merkel, Cameron, Hollande, NAVO- en EU-leiders: niemand heeft een idee hoe met dit assertieve Rusland om te gaan. Sancties en verdere dreigementen: het maakt allemaal geen indruk. In tegendeel: Russische machthebbers lachen openlijk om de westerse hulpeloosheid. Zij weten zich gesteund door 67 procent van de bevolking.

Langzaam maar zeker rolt het Kremlin de Poetin-doctrine uit over de voormalige Sovjet-Unie. En vooralsnog lijkt niets Vladimir Poetin te kunnen stoppen.