Werk

Rare tijden. In het tweede kwartaal waren er in Nederland voor het eerst sinds het CBS dit meet, meer vacatures dan werklozen. Hetzelfde in de VS; anecdotes in de pers over bedrijven die iedereen ongezien aannemen: ‘Sollicitatie niet nodig.’ Is dit goed nieuws, of zorgelijk? Er is een theorie dat mensen sinds het gedwongen thuisblijven door corona, zich zijn gaan afvragen of de baan – met de monotonie, en de verloren tijd door files – wel het geld waard is. ‘Bedrijven noemen dit een tekort aan arbeidskrachten. Arbeidskrachten zouden dit een ontkiemen van vakbondsmacht kunnen noemen,’ schrijft Joel Suarez, een prof aan CUNY. Hij schreef een essay over de arbeidsmarkt ‘van onderaf,’ zoals hij het zelf noemt. Hij betreurt het verdwijnen van ‘echte banen’ van mensen die dingen maken. De nieuwe banen in software, coding, ontwerp en dergelijke bieden niet de verbondenheid die ‘ouderwetse’ banen boden. Bazen in Silicon Valley zijn al net zo vrekkig en harteloos als de fabriekseigenaren in de 19de eeuw. Ouderwetse banen in de nieuwe economie – schoonmaak, bouw, chaufferen – zijn vaak laagbetaald en bieden weinig uitzicht. Suarez noteert trieste verhalen van mensen die aan twee banen niet voldoende hebben, die hun huis moeten verkopen en hun pensioen opeten.

Al lezende bekroop mij twijfel. Maar veel van die nieuwe banen zijn toch veel leuker? Software schrijven, coderen, marketing vergen creativiteit. Je kunt je er in vinden. Je kunt je er in kwijt. Banen ‘achter de computer’ zijn minder gevaarlijk, verdienen vaak beter, en geven flexibiliteit – als de baas ruimte biedt om ook thuis te werken. Natuurlijk, verliezers zijn er altijd, maar is het echt erger dan ‘vroeger?’

En dan struikel ik opeens over de column Bartleby in The Economist, deze week. ‘Waarom mensen altijd zo somber zijn over werk.’  Openingszin: ‘Zeggen dat de moderne economie geen ‘goede banen’ meer biedt is net zo oncontroversieel als zeggen dat Messi goed kan voetballen.’ Hoe komt dat? Kort samengevat: de klacht was er al in de 19de eeuw; mensen houden niet van de onrust die nu eenmaal onvermijdelijk is bij een markteconomie; en het belangrijkste: mensen hebben moeite om de voor- en de nadelen af te wegen. Minder vakbondsmacht betekent misschien minder hoge lonen; maar wel meer kansen voor jongeren, immigranten en vrouwen. Van zittend werken word je misschien dik; maar het is een stuk minder gevaarlijk dan in een mijn werken. Mensen werken korter, krijgen meer loon en lopen minder risico dan ooit tevoren. En volgens opiniepeiler Gallup waren mensen in de jaren ’60 en ’70 niet gelukkiger in hun werk dan nu; de jaren ’90 bieden hetzelfde beeld. Vorig jaar zei 56% van Amerikaanse werknemers dat ze ‘compleet’ tevreden waren met hun baan, het hoogste percentage ooit.