2014 en 1914

Het grote vergelijken is al begonnen, en u zult er de komende maanden veel meer over horen. Journalist Norman Angell schreef in 1909 in ‘The Great Illusion’ dat oorlog overbodig was geworden omdat je met handel meer kon verdienen. Vijf jaar later begon de ergste oorlog uit de geschiedenis. In 2014 hebben we bijna 70 jaar ononderbroken vrede gehad in Europa, en internationale handel bloeit als nooit te voren. Zijn we in slaap gesust en zullen we opnieuw wreed worden wakker geschud? Of niet?

De vraag of we iets kunnen leren van geschiedenis en zo ja wat mag niet worden vertroebeld door beschuldigingen van optimisme of pessimisme. Dat zijn klassificaties  die niets zeggen over de kwaliteit van het denkwerk.

We zouden als mensen en mensheid nooit een stap verder komen als we niet omkeken en onze fouten analyseerden. Maar tegelijkertijd is iedere toekomst weer een unieke compositie van factoren waarop je de lessen uit het verleden niet gedachteloos kunt overplakken.

Het beste is dus om terug te kijken naar 1914 met als leidende vraag ‘kunnen we daar omstandigheden vinden die we nu ook hebben, en moeten we iets doen met die parallel?’

Europa had na Napoleon een soort Pax Brittanica (1815-1914) waarin eigenlijk alle conflicten lokaal waren, zelfs de oorlogen van Pruisen met Oostenrijk (1866) en met Frankrijk (1870). Genoeg regionale oorlogen en onderdrukkingsoorlogen, maar niet tussen de ‘grote mogendheden.’ Een ongekende periode van vrede, net zoals de bijna 70 jaar die wij inmiddels kennen sinds WOII. En handel groeide snel, ook tussen landen als Duitsland en Engeland die elkaar politiek niet vertrouwden.

Er was nog een reden waarom oorlog zo ver weg leek: de staatshoofden van allerlei landen waren in die periode nota bene bloedverwanten. Historicus Barbara Tuchman (‘The Guns of August’) memoreert dat Koning Edward van Engeland wel ‘de Oom van Europa’ werd genoemd. Keizer Wilhelm van Duitsland was een neefje van hem. Zo ook Tsaar Nicolaas II van Rusland. Edward’s dochter Maud was Koningin van Noorwegen, nicht Ena was Koningin van Spanje. De Deense familie van zijn echtgenote bezette de troon van Denemarken, en had de Tsarina van Rusland geleverd, evenals de koningen van Griekenland en Noorwegen.

En toch namen ze in 1914 de wapens tegen elkaar op. Dus waarom zou dat nu niet weer kunnen gebeuren?

Er zijn een paar verschillen tussen 2014 en 1914.

Internationale handel maakte weliswaar een enorme groei door aan het einde van de 19de eeuw, maar was als percentage van de totale economie nog geen schijntje van wat ze nu is. Dat percentage is belangrijk omdat het aangeeft hoe afhankelijk een economie van die handel is, en hoeveel burgers en bedrijven ermee verweven zijn.

99274E32-C81D-4D89-B893-C84DC7595F93

Handel anno 2014 is bovendien ingebed in verdragen en multilaterale organisaties die de handel omwikkelen met regels en appelrechtspraak en arbiters  – kortom, handel is geïnstitutionaliseerd en die instituten bieden manieren om conflicten op een vreedzame manier op te lossen.

Nog iets: er zijn  nu veel meer democratieën dan in 1900. En democratieën voeren geen oorlog met elkaar. Ja er zijn uitzonderingen – Engeland en Argentinië over de Falklands, misschien – maar dat zijn de bevestigingen van de regel.

0375AA38-16D4-41E1-B0E7-85BBEDC713A1

 

In 1900 waren er 22 landen in de hele wereld die zichzelf met enig recht democratisch noemden (maar vrouwen hadden er nog niets in de melk te brokkelen). In 2011 waren dat er 117.

En in 1914, toen de wereld nog dacht in termen van sabels en paarden en een paar kanonnen, werd oorlog nog gezien als glorieus. Nu niet meer. Oorlog is geen manier meer om jezelf te verheffen. De moordmachines die we aan het werk hebben gezien in de eerste en tweede wereldoorlog vermenigvuldigen onze wraakzucht zo exponentieel dat de gevolgen ervan angstaanjagend veel groter zijn dan wat we hadden bedoeld.  Oorlog is niet meer iets voor dappere mannen die bereid zijn hun leven te riskeren voor een ideaal – het is voor de beambten van de rijkste natie die de beste computerspellen kan betalen. Je zou denken dat technologie de drempel verlaagt om oorlog te voeren – maar het tegendeel is gebeurd. Kernwapens zijn sinds 1945 niet gebruikt. Er is nog nooit in de geschiedenis zo weinig oorlog gevoerd tussen soevereine staten als nu (Syrië is een burgeroorlog). Zie ‘Het Gaat Geweldig’ (2012) van ondergetekende.

Tot zo ver de parallellen die niet opgaan. Waar we wel op moeten letten is retoriek. ‘Bladerende door de recente boeken over onze laatste ontmoeting met ’14, zie je wel een ding dat je een rilling bezorgt,’ schrijft Adam Gopnik in The New Yorker. ‘Het onophoudelijke hameren op schande en gezichtsverlies, op positie en geloofwaardigheid, op de vrees om als ‘zwak’ te worden gezien klinkt door in de retoriek van 1914. (…) Het schrikbeeld te worden gedegradeerd tot een ‘tweederangs macht’ dreef de oorlog voorwaarts. De Duitse Keizer zei herhaaldelijk dat hij niet meer zou toestaan dat hij zou worden vernederd door de Britten. Lloyd George in Londen vond dat Engeland ten strijde moest trekken omdat het anders niet meer ‘serieus genomen’ zou worden in de gremia van Europa. Zinloze oorlogen worden haastelijk begonnen als de taal van eer en geloofwaardigheid wordt gesproken.’

Wat president Poetin van Rusland roept over het ‘Moederland’  dat beschermd moet worden, en de eer van Rusland – dat zijn gevaarlijke kreten. Als hij denkt dat Oekraïne niet tot de EU kan behoren omdat daarmee Rusland gevaar loopt, is dat een vorm van demagogie die tot iets veel gevaarlijkers kan leiden. Heeft iemand al een vergelijking durven trekken tussen Sudetenland en Oekraine?

Wat we ook nooit mogen vergeten: geschiedenis kan wel degelijk worden geschapen door één man. Het is gangbare wijsheid om te zeggen dat Duitsland eigenlijk werd gedwongen tot de Tweede Wereldoorlog door de vernederende en economisch ondraaglijke straffen in het Verdrag van Versailles. Het klopt dat een grote meerderheid van de Duitsers een bloedhekel had aan dat verdrag en kwaad was over het leed dat het aanrichtte. Maar zoals de Amerikaanse politicoloog John Mueller opmerkte, Duitsers waren nog steeds niet erg happig op oorlog als middel om van het juk van de overwinnaars af te komen. Mueller bestudeerde het politieke landschap in Duitsland begin jaren dertig en concludeert: van alle politieke kandidaten – zeg maar de tegenstanders van Adolf Hitler – was er niet één die de Duitsers opzweepte tot oorlog tegen de rest van Europa. Zelfs de kandidaten uit het Duitse leger niet. Zelfs niet de Duitse generaals die een coup overwogen. De Tweede Wereldoorlog was grotendeels de verantwoordelijkheid van een man: Adolf Hitler.

‘Optimisme vergt een zekere arrogantie omdat het extrapoleert vanuit het verleden naar een onzekere toekomst,’ schrijft Steven Pinker in ‘The Better Angels of Our Nature.’ We kunnen nooit zomaar extrapoleren, en dat zou ook hoogmoedig zijn. Maar we kunnen wel leren waar we anno 2014 op moeten letten. Handel en democratie zijn goed voor de vrede en moeten waar mogelijk worden aangemoedigd. We moeten onze internationale instituten koesteren en respecteren ook al zijn ze nog zo hopeloos inefficient en traag, omdat ze de beste verdedigingslinie zijn tegen chaos en machtsgrepen. En als mensen in machtige posities zoals Vladimir Putin internationale kwesties proberen te definiëren in termen van nationale trots en eergevoel – spits dan de oren.

– Michiel Bicker Caarten

(grafieken uit Pinker, The Better Angels of Our Nature, Allen Lane 2011)