Broedplaats Boedapest

Van de wetenschappers die mee hielpen aan het ‘Manhattan Project’ (programma van de VS tijdens WOII om een atoombom te ontwikkelen) waren er vier immigranten uit Hongarije, geboren tussen 1890 en 1920, opgegroeid in Boedapest. Wat hadden ze nog meer gemeen? Ze gingen allemaal naar dezelfde middelbare school, het Fasori Gymnasium. De wiskundeleraar daar, een zekere Laszlo Ratz (foto), kreeg wereldfaam door zijn pupillen. Maar ze kregen niet allevier les van hem. En er was een ander gymnasium dat ook allerlei wiskundige wonderkinderen produceerde: het Minta. En drie kilometer verderop in Boedapest was het Berzsenyi, waar o.a. George Soros, Andrew Grove (Intel), BASIC uitvinder John Kemeny en Nobelprijs-winnaar Dennis Gabor in de banken zaten. Zijn die scholen dan superieur? Alle genoemde mensen zijn Ashkenazi Joods, een bevolkingsgroep met het hoogste IQ ter wereld (ook hoger dan van Joden elders uit de wereld.) De niet-Joodse leerlingen wonnen geen of minder prijzen. Waarom is dat? Lijkt er op dat genetische afwijkingen Ashkenazi enerzijds kwetsbaar maken voor zeldzame genetische ziektes, die anderzijds ook het IQ verhogen. Maar waarom dan juist die in Hongarije? En niet in Nederland, of Duitsland? Aan het begin van de 20ste eeuw woonden er disproportioneel veel Joden in Boedapest. Maar – in absolute getallen was de Joodse bevolking in Polen, Rusland, Roemenië en Duitsland in 1933 veel groter. Zo gaat de zoektocht, te lang om hier samen te vatten, maar vol verrassende wendingen in inzichten.