Entropie

De Tweede Wet van de Thermodynamica wordt vaak samengevat als: ‘Alles neigt naar wanorde.’ Preciezer: ‘Als een begrensd systeem in samenhang met zijn omgeving een kringproces doorloopt, dus waarbij de eindtoestand van dat systeem identiek is aan de begintoestand, dan kan de totale entropie van het systeem plus omgeving nooit afnemen.’ Dat is één van de consequenties, als je aanneemt dat er zoiets bestaat als entropie. (Het woord komt van het Griekse ‘entropo,’ wegrennen.) Maar wat een wonderlijke gedachte eigenlijk – alles vervalt tot wanorde. Hoezo? De wetten van Thermodynamica werden in de 19de eeuw ontwikkeld o.a. om de stoommachines te begrijpen en beter te laten werken. Maar ze werden door sociologen en historici omarmd om van alles te verklaren: als je er geen energie in stopt, dan valt alles uiteen. Samenlevingen, organismen, tempels, de wereld. Zonder de energie van een God zou er niets zijn.

De wetten voelden goed in de 19de eeuw, toen de Westerse wereld werd voortgedreven door een Industriële Revolutie en kapitalisme: zonder energie wordt het een zooitje. Maar hoe voelt dat, in een tijd waarin er geen schaarste meer is maar overvloed? Hebben we niet eerder te veel energie, dan te weinig? Al die druktemakerij heeft geleid tot klimaatverandering, files, verschraalde landbouwgrond. Dus stelt deze schrijver voor: laten we een Vierde Wet toevoegen: ‘Besloten of begrensde systemen bestaan helemaal niet.’ Laat de wetten van de themodynamica maar blijven waar ze vandaan kwamen: de natuurkunde.