Industriefetisjisme

Econoom John Kay fileert de kritiekloze voorkeursbehandeling die de maakindustrie altijd heeft gekregen in de politiek. “Maar een economie kan toch niet draaien op kappers en hamburgertenten?” zeggen de critici. “Nee, maar ook niet op alleen maar auto’s en staal” zegt Kay. In een wereldeconomie worden activiteiten verspreid, verdeeld naar de plek waar ze het beste kunnen gebeuren, qua kosten of expertise. Achterop de iPhone staat ‘Designed in California. Assembled in China.’ Een iPhone kost €700. Een telefoon ‘Made in China’ kost de helft. Die paar extra woordjes vertegenwoordigen de winst van Apple. Wie tegenwoordig een product koopt – een pil, een vliegtuigmotor, een stoel – betaalt niet voor materiaal of manuren, maar voor research en ontwerp.  De banen komen niet meer van ‘maken.’  Waarom dan toch? Sexisme en schuldgevoel. Politici hebben het makkelijk, arbeiders niet. En industriële banen, ‘real jobs’, werden meest vervuld door mannen.