NYTimes advertorials

De Tantaluskwelling voor oude media: we hebben een geweldig merk, en adverteerders die er goud voor over hebben om ‘in de krant’ te komen. Hoe verdienen we hier geld aan, zonder het vertrouwen van lezers – de brandstof van het merk – te verliezen? De New York Times heeft besloten dat het kan en heeft nu een afdeling met 50 medewerkers, die 15-20% van de totale online-omzet verdient met het maken van ‘branded content,’ het zoveelste eufemisme voor reclame die er uit ziet als redactionele inhoud. Van die 50 mensen werkt ‘30% in productie, 20-30% zijn ‘developers,’ 20% is redactioneel en creatief, en 20% maakt en bewerkt video.’ Gek genoeg besteedt Monday Note, dat normaal gesproken de media slim analyseert, veel aandacht aan de impact die dit heeft op de relatie met adverteerders; maar niet zo veel aan de gevolgen voor de relatie met de lezers. Dat wordt bestempeld als een probleem van ‘ethiek.’ Quod non: het ‘merk’ is niets anders dan het cumulatieve vertrouwen van lezers, opgebouwd over decennia. Dat vertrouwen is de enige waarde die de New York Times heeft.