Popster

Uit de archieven van de Bank of England: de financiële huishouding van componist Georg Friedrich Händel. Hij arriveerde in 1710 op 25-jarige leeftijd in Londen waar hij furore maakte. Hij kreeg vanaf 1713 een jaarlijkse toelage van 200 pond van Koningin Anne, ongeveer 30.000 euro in geld van nu, bovenop gages voor opera’s en ander werk. Tegen 1715 had hij al genoeg gespaard om 500 pond (dus 75.000 euro) te beleggen in de South Sea Company. Toen die in 1720 klapte, in één van de beroemdste bubbels in de financiële geschiedenis, was Händel er al grotendeels weer uit gestapt. Hij bleef sparen door aandelen te kopen, had een goede hand, en bij zijn overlijden in 1759 had hij 17.500 pond aan lijfrentes met 3% rente op zijn rekening, het equivalent van 2,5 miljoen euro.