Wat een geweld

Nieuw onderzoek geeft een beter beeld van de onvoorstelbare schade die de inslag van de ‘Chicxulub’-planetoïde aanrichtte. De theorie dat deze inslag de verklaring is voor het plotseling uitsterven van bijna alle grote diersoorten 66 miljoen jaar geleden, waaronder de dinosaurussen, wordt steeds plausibeler. Amerikaanse geofysici hebben nu gaten geboord tot 130 meter diep in en rond de krater, die deels op Yucatan is en deels in de Golf van Mexico. (zie de vage cirkel linksboven op het schiereiland.)

Die doorsnedes van het sediment geven een beeld van wat er gebeurd moet zijn op die dag van de inslag. De planetoïde, 11 kilometer in diameter, sloeg een krater van 100 kilometer doorsnee en 32 kilometer diep. Dat wisten we, maar toen: tsunamis rolden weg van de inslag, botsten tegen het vasteland en rolden terug met golven van honderd meter hoog. Rotsen werden de lucht in geslingerd, sommige zo hoog dat ze op de maan moeten zijn beland, 384.000 kilometer ver. Over de hele wereld ontstonden bosbranden, door lava-achtige rotsen die terug vielen op aarde of door de hitte veroorzaakt door de inslag.

‘Normaal gesproken moeten we uit een paar centimeter rots afleiden wat er in een periode van duizend jaar gebeurde,’ zegt één van de onderzoekers. ‘Hier hebben we 130 meter voor één dag.’ (tip A. Nieuwland)