Wat weten we nu

Het korte antwoord: niets. We kunnen niet met zekerheid zeggen waar u het grootste risico op besmetting met het nieuwe Sars-virus loopt; of hoe dat gebeurt; ook niet waarom sommige mensen kwetsbaarder zijn dan anderen.

We kunnen wel iets distilleren uit studies die tot nu toe zijn gedaan; maar dat leidt alleen maar tot suggesties, niet voorschriften. Anders gezegd: gedrag waarmee we voorzichtig, misschien overdreven voorzichtig, de wereld in gaan. ‘To err on the side of caution,’ zoals dat in het Engels heet. Aan de andere kant: er zijn ook onderzoeken die er op wijzen dat we ons over bepaalde dingen te veel zorgen maken. Dus wat hieronder volgt is geen dwingend advies, slechts stof ter overdenking.

Thuis is één van de meest besmettelijke plaatsen; omdat gezinnen over het algemeen dicht op elkaar leven, binnenshuis met beperkte luchtcirculatie. Houd uw huisgenoten dus goed in de gaten, want die brengen de besmetting thuis: zijn ze op plekken geweest waar een verhoogd risico was? En het maakt niet uit of ‘iedereen’ daar gezond leek – 44% van dragers heeft geen symptomen, denkt een veelgeciteerde studie in Nature.

80% van de besmettingen is te herleiden tot slechts 20% van de lokaties waar het virus werd overgedragen, meldt de New York Times. Die 20% waren dus ‘super spreading events’ (SSE’s).

Dat is: ‘Overal waar mensen dicht opeen staan, lachend, schreeuwend, juichend, snikkend, omhelzend en/of zingend,’ in de woorden van Jonathan Kay, eindredacteur van wetenschapsblad Quillette. En: binnenskamers, langere tijd (een uur of meer). Niet in de open lucht. U kent het lijstje: carnaval, skibars, huwelijken, begrafenissen, kerkdiensten, etc.

Maar grappig genoeg zijn er – tot nu toe – geen SSE’s geweest bij klassieke concerten, bioscopen, opera, ballet, bibliotheken, collegezalen, openbaar vervoer en zelfs niet in vliegtuigen. Plekken waar mensen stil zijn of zachtjes praten.

Dit versterkt het vermoeden dat luid praten, hard lachen, schreeuwen en zingen een belangrijke factor zijn. Druppels met virus worden harder uitgestoten, net zoals door hoesten of niezen.

Zijn dat grote of kleine druppels? Kleine druppels (aerosolen) zouden worden opgepikt door air conditioning en zo hele verdiepingen, of zelfs hele kantoorgebouwen moeten besmetten. Maar dat gebeurt niet.

De elfde verdieping van een kantoorgebouw in Seoul waar een call centre was gevestigd. Mensen op de blauwe stoelen raakten besmet, door één drager.  Werkers aan de andere kant van de verdieping raakten nauwelijks besmet. Het gebouw telt 19 verdiepingen, 1-11 is kantoor (totaal 992 werkenden), 13-19 zijn appartementen (203 bewoners). Op andere verdiepingen dan de elfde werden totaal slechts drie besmettingen gevonden. ‘De belangrijkste factor voor besmetting was de richting van de luchtstroom,’ zegt deze studie. Dit ondersteunt de veronderstelling dat het de grote luchtdruppels zijn, die hard worden uitgestoten, die de virusdragers zijn.

Grote druppels of kleine, maskers beperken de verspreiding. Zelfs een simpele theedoek vangt al 60% van de druppels op, niet perfect maar niet veel slechter dan een professioneel masker (75%). Een gezichtsmasker is een teken van hoffelijkheid. En lijkt te helpen:

Er is een zekere hoeveelheid virusdeeltjes nodig om te besmetten. Dus een jogger kan wel met zijn gehijg virusdeeltjes verspreiden, maar in de open lucht worden die heel snel verwaaid.

Deurkrukken, liftknoppen, winkelmandjes? Hoe lang blijft het virus leven op materialen, en hoe sterk blijft het? Niet zeker. Maar handen wassen is een goede gewoonte.

Lees voor details Jonathan Kay in Quillette, en de blog van Erin Bromage waarnaar dit artikel linkt.