Heeft Pinker ongelijk?

Steven Pinker, professor psychologie aan Harvard, is de éénpersoons munitiefabriek van de optimisten. Hij produceert feiten en statistieken, in industriële hoeveelheden, waarmee hij de argumenten neerschiet van mensen die denken dat wij een onverbeterlijke, zelf-destructieve apensoort met een slangenbrein zijn. De mens wordt minder gewelddadig, toonde hij aan in ‘The Better Angels of Our Nature’ (2011) en dit jaar in ‘Enlightenment Now’ (voorpublicatie hier) laat hij zien dat we de afgelopen tweehonderd jaar rijker en toleranter zijn geworden, wat ons in staat stelde om beter te zorgen voor het milieu, onze medemensen, en onszelf. Hoe komt dat? Verlichting, de triomf van de ratio over bijgeloof, humanisme over religie zegt Pinker. Heel kort door de bocht. Ik ben een fan van Pinker, en The Economist ook: die noemde zijn laatste boek ‘magnificent, uplifting.’ Maar Pinker overtuigt niet iedereen. We zien democratie onder vuur, de opkomst van vaak democratisch gekozen dictators als Poetin, Erdogan, Chavez en Orban. Democratisch kapitalisme gaat gepaard met groeiende en hardnekkige ongelijkheid. En dan is er de burgeroorlog in Syrië, bloediger dan de Balkanoorlogen van de jaren ’90, met zijn vluchtelingenstromen. Dit artikel neemt de argumenten van zijn belangrijkste tegenstanders onder de loep. Voorop John Gray, voormalig professor ‘politieke filosofie’ aan de London School of Economics en nu boekrecensent voor de New Statesman; en Nick Spencer, directeur onderzoek bij Theos, een ‘christelijke denk tank’ in Engeland. (links zijn naar de desbetreffende artikelen).

Wat zegt Pinker? Vergelijk om te beginnen 1988 en nu. De VS stootte dertig jaar geleden 20 miljoen ton zwaveldioxide uit en 34,5 miljoen ton fijnstof. Nu respectievelijk 4 miljoen ton en 20,6 miljoen ton. Ondanks economische groei, bevolkingsgroei en meer autokilometers. In 1988 waren er 23 oorlogen, waarbij 3,4 doden per 100.000 mensen vielen. Nu: 12 oorlogen, 1,2 doden per 100.000. In 1988 waren in de wereld 45 democratieën met een totale bevolking van twee miljard mensen; nu 103 met 4,1 miljard. Toen leefde 37% van de wereldbevolking in extreme armoe, dicht bij de hongersdood; nu 9,6%. Terrorisme in West-Europa? 238 doden in 2016, 440 in 1988.

Die laatste 30 jaar is geen uitschieter maar een voortzetting van een trend die volgens Pinker 200 jaar geleden begon, met de Verlichting. Ongelijkheid neemt weliswaar toe in het rijke Westen, maar armoe verdwijnt. Honderd jaar geleden gaven deze landen 1% van hun welvaart uit aan kinderen, armen, ouderen en zieken. Nu, bijna 25%. Democratie staat onder druk in landen als Turkije, Venezuela, Hongarije, Bulgarije en Polen. Maar 200 jaar gelden was het een nouveauté, weggelegd voor 1% van de wereldbevolking; nu leeft de helft van de wereld in een democratie. De hele wereld is slimmer, gezonder, vrijer en rijker. Hoe komt dit allemaal? Is de mens geboren met een neiging tot het goede? Pinker zegt: de Verlichting. Dogma, vooroordeel en traditie werden langzaam verdrukt door onderzoek en rede. Stam, maatschappelijk klasse, ras en nationaliteit werden minder relevant naarmate filosofen de mensheid en het mens-zijn bestudeerden. Zij dwongen ons over de schutting te kijken, verder dan het vertrouwde, en te beseffen dat we meer gemeen hebben met al die andere vreemde mensen dan dat we verschillend van hen zijn. Alle bovenstaande trends zijn terug te voeren op de Rede.

John Gray noemt het ‘onverlicht denken’ en ‘genant.’ Het boek van Pinker is niet wetenschappelijk, een belediging voor Verlicht Denken, en kan alleen maar gezien worden als een peptalk voor liberalen die dachten dat de mensheid verbeterde en aan het twijfelen zijn gebracht door de politieke schokken van de afgelopen tien jaar. De Verlichting was niet alleen maar ‘scientism’ (wetenschappisme?), zegt Gray. David Hume zelf zei tenslotte: ‘Reason is, and ought only to be, the slave of the passions and can never pretend to any other office than to serve and obey them.’ Waarmee hij bedoelde dat de rede niet almachtig is. Andere denkers van de Verlichting – Auguste Comte, noemt Gray – waren helemaal niet liberaal.

Wetenschap is in het verleden misbruikt door nazi’s, marxisten an anderen om staatsinterventie te rechtvaardigen. Wetenschap kan ook nooit de basis zijn voor medemenselijkheid. Integendeel, ‘eugenetica’ is veel wetenschappelijker, zegt Gray. Dus Pinker’s geloof in wetenschap is naïef en selectief. Dit is een beetje flauw: Pinker zegt niet dat alle wetenschap goed is, wel dat de wetenschappelijke methode onze kennis vergroot. En ‘Verlichting’ staat voor Pinker niet alleen voor wetenschap, maar ook voor humanisme.

‘Er zitten miljoenen Amerikanen in de gevangenis, en miljoenen leven onder voorwaardelijke vrijlating. Tellen we die mee als we het hebben over toenemende vrijheid in de wereld? Als we onszelf feliciteren omdat we minder wreed zijn tegen dieren, denken we dan niet aan de talloze beesten die lijden op megaboerderijen?’ Het eerste punt is terecht; maar het argument over de dieren kun je weerleggen met de trendcijfers. Vegetarisme en veganisme nemen snel toe, dieren worden beschermd door nieuwe wetten. Ja het is niet perfect, maar het gaat de goede kant op zou Pinker zeggen.

Uiteindelijk blijft Gray hangen in zijn argument: dit is een eenzijdige, slecht onderbouwde apologie voor de Verlichting en liberale democratie. Daarmee beantwoordt hij niet de vraag: hoe kan het dan? Hoe kan het dat we in zo veel opzichten in een betere wereld leven dan onze voorouders 50, 100 of 200 jaar geleden? Er is toch meer verbeterd dan verslechterd? Daar gaat Gray niet op in. Maar dat hoeft in zijn wereldbeeld ook niet, want hij gelooft niet in de mens. Zijn kerngeloof is: geschiedenis is niet lineair maar cyclisch. De menselijke natuur is een onoverkomelijke hindernis voor ethische of politieke vooruitgang. Erger nog, het geloof in vooruitgang is afgeleid van de Christelijke notie dat wij anders zijn dan beesten. Dus het lijkt liberaal en werelds, maar het is in feite een christelijk vooroordeel. Sja, zo krijg je altijd gelijk. Net als Nicholas Nassim Taleb: als je maar lang genoeg wacht buigt iedere trend zich om naar een tegenovergestelde. Dus iedere trend is slechts tijdelijk.

De Theos denktank waar Nick Spencer voor werkt heeft zich tot taak gesteld om ‘de plaats van godsdienst in onze samenleving’ te bespreken. Spencer komt met veel van dezelfde conclusies als Gray, zij het op een veel mildere toon. Veel van wat Pinker bejubelt dateert al van vóór de Verlichting: scholen, universiteiten, liefdadigheid, internationale samenwerking. Het is simplistisch om alles maar te herleiden tot die Verlichting, zegt Spencer. En net als Gray zegt Spencer: de wetenschappelijke methode heeft ook veel mensen in de 19de en 20ste eeuw geholpen om bedenkelijke ideeën te legitimeren.

Waarschijnlijker dan de Verlichting als bron voor vooruitgang is het inzicht dat een ‘inclusieve’ staat meer welvaart biedt voor de meerderheid dan een ‘exclusieve.’ De rode draad van ‘Why Nations Fail’ van Daron Acemoglu en James Robinson. Dus: een overheid die rechten en individuen beschermt en contracten honoreert, geholpen door banken en verzekeraars en andere instellingen. Probleem is: al die pijlers van van de inclusieve staat waren ook al bedacht en geformuleerd lang voor de Verlichting …

Spencer trakteert ons op Jonathan Swift, een schrijver van de Verlichting. In ‘Gulliver’s reizen’ steekt hij de draak met mensen die de ratio tot enige maatstaf verheffen. Gulliver bezoekt de Houyhnhmns, de perfect rationele wezens die ‘geen seksuele liefde voelen, want dat is duidelijk irrationeel. Zij accepteren de partner die wordt toegewezen door de gemeenschap op rationele gronden. Voorkeur voor eigen gebroed is ook irrationeel dus ze houden niet van hun eigen kinderen en geven ze weg aan echtparen die geen kinderen kunnen krijgen. Genocide is aanvaardbaar zolang er een rationele onderbouwing is, en het uitroeien van de Yahoos (het menselijke ras) wordt in alle rust besproken.’ Net als Hume heeft Swift zijn bedenkingen tegen al te veel rationaliteit.

Maar in tegenstelling tot Gray – met wie hij toch intuïtief verwantschap voelt – is Spencer goedgemutst en ruimhartig. ‘Ik ben niet zo optimistisch als hij (Pinker, red.) dat al deze vooruitgang de kwaliteit van onze relaties heeft verbeterd. Maar Pinker laat wel zien dat er veel meer ruimte is voor hoop dan we nu in onze cultuur tolereren. En zijn besprekingen van de grote uitdagingen van onze tijd zijn voorbeeldig van common sense, zonder gemakzucht.  ‘Enlightenment Now’ verdient gelezen en gewaardeerd te worden, maar meer om wat het over onze toekomst zegt dan over ons verleden.’