Langs elkaar heen

De politiek wordt steeds meer gepolariseerd omdat mensen niet tegen elkaar, maar langs elkaar heen praten. Het wordt duidelijk als je mensen in drie hoofdgroepen indeelt: progressieven zien de wereld als een strijd tussen slachtoffers en onderdrukkers. Conservatieven zien de wereld als een strijd tussen beschaving en barbarij. Libertariërs (radicale liberalen) zien hem als strijd tussen vrijheid en dwang. Ze zien dezelfde gebeurtenissen op verschillende manieren. Neem immigratie. Linkse mensen sympathiseren met mensen uit arme landen, die komen om een beter bestaan op te bouwen. Conservatieven vrezen dat hun manier van leven ondermijnd wordt door immigranten uit minder democratische of beschaafde landen. Illegale immigratie baart hen in het bijzonder zorgen, omdat lakse wetshandhaving tot barbarij leidt. Libertariërs hebben überhaupt weinig op met landsgrenzen. Wie zijn overheden wel niet om mensen te vertellen waar ze mogen wonen of wie ze in mogen huren?
Econoom Russ Roberts (Stanford U.) neemt het boek The Three Languages of Politics als startpunt en betoogt dat iedere ‘stam’ zijn blinde vlekken heeft. Linkse mensen sympathiseren zo graag met slachtoffers, dat ze die meer als objecten dan als zelfstandig handelende individuen zien. Conservatieven maken een karikatuur van immigranten. Terwijl dat ook maar hardwerkende mensen zijn die een beter leven voor hun kinderen willen. Libertariërs denken te simpel over armoede en economische groei.

Alledrie hebben voor een deel gelijk, en voor een deel ongelijk. Maar ze horen niet wat de anderen zeggen. Ze zijn als blinden die een olifant betasten en allemaal een andere conclusie trekken over wat dat ding is. 

Roberts zegt: een beetje nederigheid en bescheidenheid is nodig. Als we allemaal zouden kunnen beseffen dat de werkelijkheid ingewikkeld is, dat we niet allemaal 100% gelijk hebben, en dat andere mensen vanuit een ander wereldbeeld redeneren – dan zouden we constructief met elkaar kunnen praten. (tip M. Hubeler)