Open

Het eerste hoofdstuk heet ‘The End’ en begint als volgt: ‘Ik open mijn ogen en weet niet waar ik ben of wie ik ben. Dat is niet ongebruikelijk – de helft van mijn leven tot nu toe wist ik ‘t niet. Maar dit voelt anders. Dit is enger. Completer.

‘Ik kijk op. Ik lig op de grond naast het bed. Oh ja, ik ben midden in de nacht van het bed naar de vloer verhuisd. Dat doe ik meestal ‘s nachts. Beter voor mijn rug. (…) Ik tel tot drie, en begin dan het lange, moeilijke proces van opstaan. Met een kuch en een kreun rol ik op mijn zij, buig in de foetus-houding, en dan op mijn buik. Daar wacht ik, en wacht ik, tot het bloed begint te stromen. Ik ben een jonge man, relatief gesproken. Zesendertig. Maar ik ontwaak als een 96-jarige. Na 30 jaar sprinten, stoppen, hoog springen en hard landen voelt mijn lichaam niet meer alsof het mijn lichaam is.  (…) Ik ga door de basisfeiten. Ik heet Andre Agassi, mijn vrouw heet Stefanie Graf. We hebben twee kinderen, een zoon en een dochter, vijf en drie. We wonen in Las Vegas maar op dit moment logeren we in het Four Seasons Hotel in New York omdat ik het 2006 US Open speel. 

Waaat?!? Hij krepeert van de pijn en hij moet ‘s avonds in het US Open spelen?!? Hij vindt tennis niet leuk?

‘Mijn laatste US open. Mijn laatste toernooi, om precies te zijn. Ik speel tennis voor mijn brood hoewel ik tennis haat. Ik haat het, diep en donker, al mijn hele leven lang.’

Zo begint de autobiografie van Agassi, en hij is meesterlijk. Op huizenjacht in Las Vegas keurde vader alles af, ook het droomhuis van de twee kids, omdat de tuin niet groot genoeg was om een tennisbaan aan te leggen. Uiteindelijk vond hij iets aan de rand van de bebouwde kom, aan de rand van de woestijn. Daar zette hij een ballenmachine neer die hij zelf had aangepast zodat hij ballen met 175 kilometer per uur op zijn 7-jarige zoon kon afschieten. ‘The Dragon’ noemt de bange, kleine Andre het apparaat.

Ja, de bloed-zweet-tranen van een goed sportboek. Maar het zit ook vol mooie liefdesverhalen. Het huwelijk met actrice Brooke Shields, een mislukking vanaf dag één. Zijn trainer Gil, die een fitness center runde en later ‘Gil water’ ontwikkelde, een soort toverdrank. Zijn prachtige romance met Stefanie Graf. Je mag haar geen ‘Steffi’ noemen, dat is een bijnaam die haar moeder had verzonnen en die ze vreselijk vindt. En de rust die hij eindelijk vindt bij haar, en met de kinderen.